Geurhinder

Geur versus stank

Geur heeft positieve en negatieve effecten. De meeste mensen genieten van bloemengeur en ervaren rioollucht als vies. Geur is overal om ons heen. Vaak beseffen we nauwelijks dat we geuren ruiken, maar we slaan onbewust wel geurherinneringen op. Uw eigen huis heeft een speciale geur, net als uw eigen werkomgeving of school. Soms komt een geur na lange tijd weer in uw neus en drijven als gevolg daarvan spontaan herinneringen boven.

Als geur een negatief effect heeft, spreken we van geurhinder of stankoverlast. Stankklachten komen meestal in de publiciteit als het gaat om geurhinder door bedrijfsmatige activiteiten of door een ongeluk op een bedrijventerrein. Vooral de regio Rijnmond, waar een heleboel zware industrie bij elkaar zit, is berucht als het gaat om stankhinder. Maar stank komt uiteraard op veel meer plekken voor en mogelijk ook in uw leefomgeving.

Al ervaart iemand een geur als hinderlijk, dat wil nog niet zeggen dat dit maatschappelijk of volgens de milieuwetgeving onacceptabel is. Een fabriek kan bijvoorbeeld prima binnen zijn vergunningseisen blijven, ook al ondervindt de nabij liggende buurt stankhinder. Het is namelijk goed mogelijk dat vanuit de wetgeving een bepaalde hoeveelheid geuroverlast toelaatbaar is.


Weersomstandigheden

Geur hangt rondom de geurbron, maar afhankelijk van de sterkte van de geur vindt er ook verspreiding naar de wijdere omgeving plaats. Bij stankoverlast is de geur vooral windafwaarts een probleem. Tegelijkertijd verdunt de aanwezige wind de geur en hoe verder van de bron af, des te minder te ruiken is.

Hoge temperaturen kunnen stank verergeren. Geuren worden in ieder geval intenser bij heter weer en soms leidt hitte op zichzelf tot stank. Het rottingsproces gaat namelijk sneller en gedurende een hete zomerperiode zijn bijvoorbeeld gemakkelijker rioolluchten te ruiken.

Hout stoken in de open haard wordt vooral gedaan tijdens herfst en winter. Bij veel wind trekt de schoorsteen goed. Tijdens vorstdagen is het echter vaak windstil en is het door de atmosferische opbouw juist zo dat rook nauwelijks weg gaat. Sterker nog, de rook slaat dan gemakkelijk in de zeer nabije omgeving neer. Als een dergelijk weertype meerdere dagen aanhoudt, kan er gemakkelijk smog ontstaan (mede door alle andere vervuilende bronnen). Dergelijke smog is niet alleen ongezond op zichzelf, maar leidt tevens tot geurhinder.

Milieuklachten

Na geluidhinder is stankhinder verantwoordelijk voor de meeste milieuklachten van burgers. In de volgende tabbladen bespreken we deze hinderbronnen: geurhinder door haarden en allesbranders, geurhinder door wegverkeer, geurhinder door bedrijven en industrie en geurhinder door landbouw en veeteelt.

laatst bewerkt 24 augustus 2015

In de neus

Geur wordt voor een deel veroorzaakt door vluchtige chemische verbindingen, die door de lucht het reukslijmvlies in de neus bereiken. Hier bevinden zich zintuigcellen: de reukcellen. Van hieruit lopen verschillende zenuwen naar een speciaal gebied van de hersenen. Een hoge geurblootstelling leidt tot een prikkelend, irriterend of branderig gevoel, en uit zich in beschermende reflexen als niezen, minder diep ademhalen en tot het inhouden van de adem.

De neus is een gevoelig orgaan. Sommige stoffen ruikt u al bij zeer lage concentraties. Als u een stof ruikt hoeft de concentratie nog niet zo hoog te zijn dat u er ziek van wordt. Het is dus afhankelijk van de soort stof en hoeveel u hiervan inademt of u daar ziek van wordt of niet.


De stoffen die geurhinder veroorzaken

De geur van een intensieve veehouderij is het resultaat van een mengsel van diverse emissies, onder andere ammoniak (NH3), waterstofsulfide (H2S) en diverse vluchtige organische stoffen.

Bij industrie ontstaat het merendeel van de stank door biologische (afbraak)processen, door het vrijkomen van vluchtige organische verbindingen, het vrijkomen van aan fijnstof gebonden geurstoffen en verhitting van materialen. Bij houtstook zijn de stankveroorzakende deeltjes bovenal allerlei soorten koolwaterstofverbindingen, organische zuren en aldehyden.

Gevolgen voor de gezondheid

De emissie van geur kan leiden tot een breed scala aan gezondheidseffecten. In de eerste plaats ervaart men bij stank hinder en wordt dus gehinderd in het welbevinden en de dagelijkse bezigheden. De in onderzoeken genoemde klachten zijn onder andere hoofdpijn, benauwdheid en misselijkheid. Andere klachten gaan over duizeligheid, maagpijn, slapeloosheid en zelfs angst en depressie. Ook kunnen geurstoffen, net als alle chemische stoffen, een giftige werking hebben. Bij sterk prikkelende stoffen kan irritatie van de slijmvliezen van ogen en bovenste luchtwegen optreden, al is dat meestal alleen het geval bij calamiteiten.

Er bestaat geen relatie tussen giftigheid en geur. Stoffen zonder geur kunnen zeer giftig zijn. Voor de meeste stoffen in de woonomgeving geldt dat de geur bij lagere concentraties ruikbaar is alvorens de stof tot toxische effecten aanleiding kan geven. Het soort geur, hoe iemand ermee omgaat en de houding ten opzichte van de geur en/of geurveroorzaker kunnen mede bepalend zijn voor in hoeverre er hinder wordt ervaren. Ook de verwachting of de geur zal toenemen of tot gezondheidseffecten zal leiden, heeft effect. Mensen met astma, allergieën of bepaalde vormen van overgevoeligheid en mensen die bezorgd zijn, ervaren eerder hinder en bijbehorende symptomen dan anderen.

Gevolgen voor gedrag

Het ondervinden van geurhinder kan leiden tot verstoring van gedrag of activiteiten. De meest voorkomende effecten zijn vermoedelijk; het sluiten van ramen, niet graag buiten zijn, bezoek niet graag uitnodigen.

Onderzoek

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu doet onderzoek naar de gezondheidseffecten van stankhinder. Op 30 april 2015 maakte de staatssecretaris bekend dat bij de evaluatie van de Wet geurhinder en veehouderij de geurnormering uitgebreid wordt meegenomen. Dit naar aanleiding van signalen dat er teveel stankoverlast is.

laatst bewerkt: 26 oktober 2015

Afname geurhinder in de afgelopen decennia

De doelstelling van de overheid was om in 2010 van ernstige geurhinder af te zijn. Uit onderzoeken van zowel het RIVM als het CBS van de laatste 2 decennia komt naar voren dat er nationaal een afname is van alle onderzochte hinderbronnen. Uit de cijfers in de Atlas blijkt dat er - ondanks die afname - nog steeds sprake is van ernstige geurhinder. Vaak gaat het dan om lokale uitschieters, zoals overlast door de veeteelt in delen van Brabant en geurhinder van de industrie rond de Moerdijk. Open haarden is ondertussen een opkomend probleem.


Invulling Nederlands geurbeleid

Het voorkómen van stankoverlast vindt vooral plaats via vergunningverlening. Verschillende lokale overheden, met name provincies, geven daarmee op lokaal niveau invulling aan het Nederlandse geurbeleid. Dat doen ze allemaal op hun eigen manier.


Geurhinder door houtkachels en allesbranders

Houtkachels bij bedrijven moeten voldoen aan de eisen van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit Activiteitenbesluit bevat algemene milieuregels voor bedrijven, maar regelt niet het voorkómen van geurhinder. Als er geuroverlast wordt ervaren, kan een lokale overheid eventueel maatregelen nemen op basis van de zorgplicht die vermeld wordt in het Activiteitenbesluit. Ook de vergunning kan verplichten tot een vermindering van stankoverlast. Komt een bedrijf zijn verplichting niet na, dan kan een gemeente of provincie een boete of dwangsom opleggen.

Voor particuliere houtstook en het privégebruik van allesbranders zijn in Nederland geen normen gesteld. Het is dus niet duidelijk bij welke ‘waarde' de stoker een verbod overtreedt. Een paar regels kunnen mogelijk wel als handvat dienen. Zo staat in het Bouwbesluit van 2012 gesteld dat het 'verboden is om (…) handelingen te verrichten waardoor op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, stank, walm of stof wordt verspreid.'

Gemeenten kunnen zelf ook regels opstellen voor wat betreft stankoverlast. In de algemene plaatselijke verordening (APV) staat wat uw gemeente kan doen als iemand stankoverlast veroorzaakt.

In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu is het RIVM gestart met de oprichting van het platform Houtstook. Doel van het platform is alle maatschappelijke spelers bij elkaar te brengen om kennis te verzamelen en kennis uit te wisselen over hoe de overlast van houtstook kan worden beperkt.

Geurhinder van verkeer

Langs wegen komt geurhinder maar beperkt voor en wordt in z'n algemeenheid niet of nauwelijks als probleem ervaren. Zeker gezien in relatie tot het hinderaspect van geluid. Geurhinder kan voorkomen binnen een strook van circa 70 meter langs rijkswegen en binnen een strook van minder dan 30 meter langs gemeentelijke of provinciale wegen.


Geurhinder bedrijven

Bij vergunningverlening en handhaving kan het bevoegd gezag een acceptabel hinderniveau voor geur bepalen en dit opdragen aan de bedrijven en industrie. Hiervoor wordt de ‘handleiding voor het vaststellen van het aanvaardbaar hinderniveau voor geur van bedrijven' gebruikt. Via een te volgen stappenplan beoordeelt het bevoegd gezag de activiteiten op geur, toetst de gemelde informatie en kijkt of aan de voorschriften wordt voldaan.


Een aantal geuraspecten is geregeld in het Activiteitenbesluit, maar er kunnen door het bevoegd gezag (gemeente of provincie) ook voorschriften worden opgelegd op grond van de zorgplicht.  Als een bedrijf veel klachten veroorzaakt door overtreding van milieuvergunningen, kan de provinciale milieudienst overgaan tot juridische maatregelen, bijvoorbeeld door het opleggen van boetes.

Geurhinder door landbouw en veeteelt

De wet Geurhinder en veehouderij (WGV), stelt normen voor de toegestane geurbelasting op de omgeving. Veehouders moeten bij hun bedrijfsuitvoering voldoen aan stanknormen, die bepaald worden volgens een ingewikkeld systeem dat rekening houdt met de hoeveelheid dieren, het staltype, de diersoort en de ligging van het bedrijf ten opzichte van verschillende typen woningen. Rond elk boerenbedrijf dat stank veroorzaakt, wordt een denkbeeldige cirkel getrokken. Binnen deze ‘stankcirkel' mogen geen nieuwbouwwoningen gebouwd worden.

Als een bedrijf veel klachten veroorzaakt door overtreding van milieuvergunningen, kan de provinciale milieudienst overgaan tot juridische maatregelen, bijvoorbeeld door het opleggen van boetes.

Vanuit de overheid wordt actief meegedacht om geurhinder op het platteland te voorkomen. Zo worden agrariërs met subsidieregelingen gestimuleerd om de kwalijke gevolgen van ammoniakemissies via mest terug te dringen door de aanleg van milieuvriendelijke groenlabelstallen.

Onderzoek van GGD naar geurhinder

Alle geurhinderkaarten (zoals deze in de Atlas worden getoond) zijn gemaakt door het RIVM voor de situatie in de periode 2008-2010. De gegevens zijn afkomstig uit de Nationale Monitor Volksgezondheid van de GGD'en in Nederland. Dit vragenlijstonderzoek onder 19 tot 65 jarigen wordt elke 4 jaar herhaald om de gezondheid op lokaal niveau te meten. Niet alle GGD'en hebben de vraag over geurhinder gesteld, waardoor de gegevens voor een deel van de Nederlandse gemeenten beschikbaar zijn.

Om goed gezondheidsbeleid te maken, is inzicht nodig in de gezondheid en gezondheidsbeleving van de burgers. Hiervoor is het nodig om die gegevens regionaal, landelijk en in de tijd met elkaar te kunnen vergelijken. De Lokale en Nationale Monitor Gezondheid maakt dat mogelijk. In deze Monitor verzamelen GGD'en en thuiszorgorganisaties op eenduidige wijze de gezondheidsinformatie. Gemeenten, provincies en rijk kunnen zo een beeld krijgen of het gevoerde beleid zijn vruchten afwerpt. Ook kunnen de gegevens gebruikt worden als basis voor nieuwe beleidsplannen en bij het vaststellen van prioriteiten.

laatst bewerkt: 24 augustus 2015

Melden van overlast

De gemeente is in eerste instantie verantwoordelijk voor de leefomgeving en zal dus moeten optreden tegen stank. Klachten over geurhinder kunt u melden bij uw gemeente, maar u kunt ook terecht bij de Milieuklachtenlijn van uw provincie. U kunt er ook voor kiezen om uw klacht over stank te melden via milieuklachten.nl of via de lokale/regionale GGD'en.

Het gegeven dat mensen overlast ervaren wil overigens niet zeggen dat er sprake is van overtredingen. Het kan zijn dat een bedrijf binnen de gestelde wettelijke normen blijft, maar dat omwonenden toch overlast ervaren. Samen met het bedrijf en omwonenden wordt dan naar een oplossing gezocht. Ook is het niet altijd helder door welke activiteit de overlast ontstaat. Dan is er nader onderzoek nodig om een goed inzicht te krijgen en passende maatregelen te kunnen nemen. Inzicht in de klachten en oorzaken en een gezamenlijke aanpak (bedrijf, omwonenden en omgevingsdiensten/provincie) van overlastsituaties zijn wezenlijk voor een gezonde leefomgeving. Bijvoorbeeld door zelf als particulier ‘goed te stoken'. 

laatst bijgewerkt 24 augustus 2015

Instruments

Het RIVM heeft de GGD-richtlijn Geurhinder uit 2002 herzien. De GGD gebruikt de richtlijn om burgers en overheidsdiensten te adviseren over geursituaties. Bijvoorbeeld of stank gevaarlijk kan zijn voor de gezondheid, of de gemelde gezondheidsklachten samenhangen met de geur, wat de oorzaak is van de klachten en hoe deze opgelost kunnen worden. Door het stappenplan uit deze richtlijn te volgen wordt duidelijk welke informatie nodig is en welke vragen hiervoor moeten worden beantwoord.

Deze handleiding legt uit hoe het bevoegd gezag het aanvaardbaar hinderniveau kan bepalen en handhaven. De handleiding gaat over geur van bedrijfsmatige activiteiten anders dan veehouderij. De handleiding kan worden toegepast bij vergunningverlening, maatwerk vanuit het Activiteitenbesluit, handhaving en ruimtelijke ordening.

Deze handreiking geeft een toelichting op de Wet geurhinder en veehouderij. U vindt hier uitleg en achtergronden over de wet. Bijvoorbeeld hoe u als bevoegd gezag een aanvraag omgevingsvergunning aan de Wet geurhinder toetst. Ook staat hier uitleg over emissiefactoren, geurgevoelige objecten, minimumafstanden en geurbelasting van de diverse dieren. Een aanwezig stappenplan geeft u als gemeente een methodiek waarmee u kunt onderzoeken of het stellen van een afwijkend beschermingsniveau voor een bepaald gebied wenselijk is.

Deze wet is het toetsingskader bij het verlenen van een milieuvergunning (omgevingsvergunning milieu) als het gaat om geurhinder afkomstig van dierenverblijven van veehouderijen. De wet geeft voor elke diersoort afstandsnormen aan en voor bepaalde diersoorten, afhankelijk van het huisvestingssysteem, geurnormen.

Maps

Op deze kaart uit de Atlas Leefomgeving ziet u welk percentage van de bevolking in de door u gekozen gemeente ergnstig gehinderd is door geur van landbouw en veeteelt.

In deze kaart van de Atlas Leefomgeving kunt u zien welk percentage van de bevolking in de door u gekozen gemeente ernstig gehinderd is door geur van bedrijven en industrie.

Op deze kaart uit de Atlas Leefomgeving valt te zien welk percentage van de bevolking in de door u gekozen gemeente ernstig gehinderd is door geur van het wegverkeer.


Op deze kaart uit de Atlas Leefomgeving valt te zien welk percentage van de bevolking in de door u gekozen gemeente ernstig gehinderd is door geur van open haarden en allesbranders.

Publications

Het RIVM heeft de GGD-richtlijn Geurhinder uit 2002 herzien. De GGD gebruikt de richtlijn om burgers en overheidsdiensten te adviseren over geursituaties. Bijvoorbeeld of stank gevaarlijk kan zijn voor de gezondheid, of de gemelde gezondheidsklachten samenhangen met de geur, wat de oorzaak is van de klachten en hoe deze opgelost kunnen worden. Door het stappenplan uit deze richtlijn te volgen wordt duidelijk welke informatie nodig is en welke vragen hiervoor moeten worden beantwoord.

Artikel uit 2010 betreffende de evaluatie van het percentage geurgehinderden. Bronnen, nieuwe ontwikkelingen en milieucontouren worden besproken met daarbij een aantal grafieken.

Hierin vindt u op welke gebieden het geurbeleid al dan niet effectief is geweest.

U leest en ziet hier dat het percentage geurgehinderden sinds 1990 voor bijna alle geurbronnen is gedaald. Behalve geurhinder door open haarden en/of allesbranders,.

Hier ziet u dat de ernstigste geurhinder door industrie voorkomt in het Rijnmondgebied, de regio Amsterdam/Zaanstad/IJmuiden, in de regio Dordrecht en bij Delfzijl. Maar u ziet ook waar de geurbelasting laag is of zelfs afwezig.

Deze wet is het toetsingskader bij het verlenen van een milieuvergunning (omgevingsvergunning milieu) als het gaat om geurhinder afkomstig van dierenverblijven van veehouderijen. De wet geeft voor elke diersoort afstandsnormen aan en voor bepaalde diersoorten, afhankelijk van het huisvestingssysteem, geurnormen.

Dit zijn de belangrijkste bevindingen uit de zesde nationale ‘Inventarisatie Verstoringen' die het ministerie van I&M heeft laten uitvoeren. Het onderzoek werd eind 2008 uitgevoerd door het centrum voor Milieu, Gezondheid en Omgevingskwaliteit (MGO) van het RIVM. Ruim 1200 inwoners van Nederland deden mee aan het mondelinge vragenlijstonderzoek. De volgende hinderinventarisatie zal in 2016 uitgevoerd worden.