Sport en Bewegen

Beweegrichtlijn

Bewegen is goed, meer bewegen is beter. En: voorkom stilzitten. Dat adviseert de Gezondheidsraad om chronische ziektes en vroegtijdige sterfte te voorkomen. Bijna de helft van de Nederlanders voldoet aan de beweegrichtlijnen. Bij mensen met een lichamelijke beperking of chronische ziekte ligt dit wat lager.

Populaire sporten

Wandelen en fietsen zijn populair in Nederland, wat helpt om de beweegnorm te halen. Sporten telt natuurlijk ook mee. Het aantal Nederlanders dat wekelijks aan sport doet is al jaren stabiel. Bijna een op de drie is lid van een sportvereniging. De meest populaire sporten zijn fitness, hardlopen en voetbal.

Mensen sporten tegenwoordig vaker buiten verenigingen om. De uitdaging is om sport en bewegen aantrekkelijk te maken door een zogenaamd ‘beweegvriendelijke' inrichting van de leefomgeving. Natuur in de directe omgeving en het aanbod van sportaccomodaties dragen daaraan bij.

Laatst bewerkt 30 maart 2018

Nieuwe richtlijnen

Bewegen is gezond voor alle leeftijdsgroepen. Volgens de nieuwe beweegrichtlijnen zouden volwassenen wekelijks ten minste twee en een half uur matig intensief moeten bewegen. Wandelen, fietsen en rustig zwemmen vallen daar bijvoorbeeld onder. Voor kinderen is de richtlijn dat ze minstens een uur per dag bewegen. Ook worden voor beide groepen spier- en botversterkende activiteiten aanbevolen, zoals kracht- en conditietraining.

Hoe meer hoe beter

Bewegen verlaagt het risico op chronische ziekten als diabetes en hart- en vaatziekten, depressieve symptomen en -bij ouderen- botbreuken. Hoe meer tijd mensen besteden aan bewegen, hoe gunstiger de effecten. Stappentellers, Apps en games geven sporters inzicht in hun prestaties en conditie.

Veel zitten is niet zo gezond. Er bestaat nog geen norm voor zitgedrag.

Negatieve effecten

Sportblessures, dopinggebruik en ongevallen zijn voorbeelden van negatieve effecten van sport en bewegen. Hardlopen, volleybal, veldvoetbal en vechtsporten zijn sporten met een relatief groot risico op blessures.

Laatst bewerkt 30 maart 2018

Veel aandacht in lokaal beleid

Sport neemt een belangrijke plek in binnen het gemeentelijke beleid. Dat komt vooral door de maatschappelijke waarde die het met zich meebrengt. Gemeenten willen bijvoorbeeld met behulp van sport bijdragen aan gezondheid en sociale participatie. De Sport Toekomstverkenning biedt aanknopingspunten voor beleid.

Nationaal sportakkoord

Het kabinet wil ook inzetten op sport; er wordt gewerkt aan een Sportakkoord. Behalve aandacht voor meedoen en meer bewegen is daarin ook aandacht voor presteren en meeleven. Het kabinet ziet sport namelijk als een van de terreinen waarop Nederland kan uitblinken. Dit is vooral het werkveld van internationale sportorganisaties, marketingbedrijven en media.

Dankzij het landelijke programma Sport en Bewegen in de Buurt kunnen gemeenten buurtsportcoaches inzetten. Een ander groot programma met aandacht voor beweging is ‘Jongeren op Gezond Gewicht'. Denk bijvoorbeeld aan the daily mile; 15 minuten (hard)lopen op school.

Beweegvriendelijke omgeving

Er is veel verschil in de beweegvriendelijkheid van gemeenten. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar de aanwezigheid van sport- en speelplekken, sportaccommodaties en fiets- en wandelpaden. Gemeente Amsterdam heeft recent laten onderzoeken hoe de stad beweegvriendelijker kan worden.

Laatst bewerkt 30 maart 2018

Beweeg voldoende. Het kan al helpen om bijvoorbeeld lopend of op de fiets naar school, werk of winkel te gaan. Kijk voor fiets- en wandelroutes op onze kaarten.

Zoeken welke sport bij u past? Doe de Sportwijzer en zoek sportclubs bij u in de buurt.

Hoe scoort uw gemeente op sportvoorzieningen en beweegvriendelijkheid?  Dit is te vinden bij ‘Sport op de kaart'. Mogelijkheden voor beweging in een natuurlijke omgeving zijn in kaart gebracht op de website ‘Beter in het groen'. U vindt daar ook een overzicht en persoonlijke verhalen over de mogelijke meerwaarde van bewegen in het groen ten opzichte van binnen bewegen.

Laatst bewerkt 30 maart 2018