Wensen van waterschappen ontrafeld

Zorg voor landsdekkende kaarten, daar zien waterschappen een meerwaarde in. Kies een paar specifieke doelgroepen om beter aan te sluiten bij de gebruikers. Begin met het veel meer vullen van het thema ‘water' op de Atlas. Zomaar een drietal aanbevelingen die in het afstudeeronderzoek van Giel en Bart komen te staan. Zij zijn voor hun onderzoek in touw geweest om uit te vinden hoe we als Atlas Leefomgeving kunnen aansluiten bij de wensen van de waterschappen. Wat moeten wij doen om de waterschappen te verleiden tot het gebruiken van de Atlas?

Dat de Atlas samenwerkt met de HAS hogeschool is een logisch vervolg op de intentieverklaring die ruim een jaar geleden werd uitgesproken. Hierin staat dat Rijkswaterstaat, het RIVM, het Ministerie van IenM, de provincie Noord-Brabant en diverse hogescholen met elkaar gaan samenwerken ten behoeve van een beter gebruik van de Atlassen. Bart Mutsters, vierdejaars Stad- en streekontwikkeling en Giel Vermeulen, vierdejaars Geo, Media & Design hebben dit voortvarend in praktijk gebracht.


Geduld is een schone zaak

Het zijn de weken van de laatste loodjes als we Bart en Giel spreken. Hun verslag is bijna klaar en daarmee komt weldra een eind aan de twintig weken die voor deze opdracht stonden ingepland. Niet alleen laten de studenten een nuttig document, actuele inzichten en een nieuw stukje netwerk voor óns achter, zélf hebben ze er ook heel wat van opgestoken. "Eén van de lastigste dingen van het proces was het hele organisatorische deel. We hebben veel gesprekken gevoerd en het bleek nog een heel gedoe om alles ingepland te krijgen," aldus Bart. Voor Giel zat de grootste uitdaging ook in die hoek: "Ik moest aardig wat geduld uitoefenen. Het is logisch dat iemand niet direct met ons kan spreken, iedereen is druk, maar soms was het wel erg tijdrovend om alle afspraken te maken."


Nog geen juichend onthaal

Beiden waren een half jaar geleden nog onbekend met de Atlas en beiden zien voldoende mogelijkheden om de waterschappen te interesseren in het gebruik ervan. Ook al lijken deze vooralsnog niet te staan trappelen. Momenteel laten deze organisaties de Atlas nog links liggen omdat ze er weinig tot geen meerwaarde in zien, ze hun eigen kaartviewers hebben en er enige vrees bestaat. Die beduchtheid zit voornamelijk op de vraag: "Wat gaat er met mijn data gebeuren?" Als je als waterschap eenmaal jouw kaarten binnen de Atlasomgeving toont, kan iedereen deze zien en inzetten. Maar is het wel handig om zoveel informatie zo laagdrempelig voor iedereen beschikbaar te maken?


Besloten kaartviewer

Vandaar ook dat een van de twee casussen van Bart en Giel zich juist op dat punt richt. Samen met het waterschap Aa en Maas onderzoeken ze of de meerwaarde van de Atlas kan liggen in een besloten websitegedeelte; de digitale Samenwerkingsruimte. Aa en Maas voelt zich momenteel namelijk aanlopen tegen een informatieachterstand daar waar het gaat om de aanpassing van een weg in Oost-Brabant. Gedurende de planontwikkelingen komen steeds weer nieuwe ideeën, aanpassingen en kaarten ‘tevoorschijn' die het adviesbureau vervolgens doorstuurt naar het waterschap. Die informatie is van groot belang, omdat Aa en Maas advies moet uitbrengen over de gevolgen van deze planen voor het waterschap. De ad hoc-achtige stroom aan kaarten die vervolgens bij Aa en Maas arriveren, geven hen het gevoel dat ze achter de feiten aanlopen. Zou het niet veel beter zijn als alle kaarten op voorhand op een afgesloten Atlasdeel zouden staan? Dan heeft iedereen namelijk dezelfde startinformatie en zijn vooralsnog vertrouwelijke elementen, zoals ligging van het tracé, alleen voor de deelnemers zichtbaar. Uitdagingen op dit punt zijn er natuurlijk ook. Want, hoeveel kaarten moet je dan ontsluiten? Zijn dat er niet heel veel? De beschreven casus richt zich specifiek op de doelgroep: ‘beleidsmedewerker zonder GIS-kennis.' De tweede gebruikersdoelgroep waar het afstudeeronderzoek nader op focust, zijn de vergunningverleners. Aan deze casus wordt nog gewerkt, waarbij met een schuin oog naar het Omgevingsloket Online (OLO) wordt gekeken. Het zou mooi zijn om op de wensen en behoeften van waterschappen in te spelen en veelvoorkomende vragen ook via en met behulp van de Atlas te kunnen beantwoorden.


Landelijke kaarten uit regiokaarten

Een belangrijke rol is weggelegd voor de provincies. Giel en Bart spraken met BIJ12, de uitvoeringsorganisaties van de provincies. Daar worden de ontwikkelingen rondom de Atlas kritisch gevolgd. De één is er uitgesproken enthousiast over, de ander heeft bedenkingen en ziet ook waar het op veel punten nog veel beter kan. Giel: "Er wordt door BIJ12 gezien dat er nu nog niet voldoende aansluiting bij de praktijk is. Aan de andere kant wil men graag de partij zijn die de data aanlevert. Als BIJ12 de data van alle provincies eenduidig verzamelt en naar de Atlas stuurt, kan het Atlasteam daar landelijk dekkende kaarten van maken. Het mooie is dat je dan ook gelijk te zien krijgt waar de regiokaarten niet aansluiten." Bart vult aan: "Je ziet bijvoorbeeld dat sommige stiltegebieden bij een provinciegrens abrupt stoppen. Dat zijn zaken die dan ineens naar voren komen."


Niet opgeven

Ook in dit onderzoek komt de wens om meer vraaggestuurd te opereren naar voren. Niet nieuw voor de Atlas, maar wel een continu en zeer belangrijk aandachtspunt. Immers, we zijn er voor de gebruikers, niet voor onszelf. Binnenkort horen wij van beide studenten wat alle aanbevelingen precies inhouden en kunnen we ermee aan de slag. Bart: "Bouwen aan de Atlas, ook op ICT-gebied, wordt belangrijk. Net zoals het veel meer vullen van de kaartenbakken. Begin bijvoorbeeld met het opnemen van beleidskaarten. Die wens kwam namelijk vaak naar voren." Giel: "Verander niet te snel. Doe het in stapjes, want je kunt niet ineens alle data in de Atlas zetten. Maak eerst 1 ding goed en bouw daarna verder." Deze tips gaan we natuurlijk ter harte nemen. Wij danken Bart en Giel en hun begeleiders voor al hun inspanningen en de prettige samenwerking.