Emissieregistratie

Emissie

Menselijke activiteit beïnvloedt de leefomgeving. Bedrijven maken producten waarbij stoffen vrijkomen die een nadelig effect hebben op mens en natuur. Auto's bijvoorbeeld vervuilen de lucht. Dit noemen we emissie. Emissies komen voor naar lucht, water en bodem. Hoeveel wordt er uitgestoten naar de lucht in Nederland? En hoe groot is de belasting van het oppervlaktewater? Hoeveel dragen verkeer en vervoer en bijvoorbeeld de energiesector bij aan de totale uitstoot? En wat zijn de emissies uit de landbouw? Hoeveel broeikasgassen worden uitgestoten in Nederland, Europa en wereldwijd? De Atlas biedt kaarten aan over stikstof, stikstofoxide, koperverbindingen, ammoniak, methaan, distikstofoxide, koolstofdioxide, zwaveloxiden, Niet-methaan VOS, fijnstof, fosfor, zink en kwik. Daarbij gaat het over emissies naar lucht, oppervlaktewater en bodem. Dit is maar een heel klein deel van de gegevens waarover Emissieregistratie beschikt. Voor verdieping verwijzen wij door naar: Emissieregistratie.nl

Emissie versus Concentraties

Maar hoe bepaal je de uitstoot? Met meetinstrumenten meet je de concentratie van een stof in de lucht, denk aan een hoeveelheid per volume [g / m3]. Maar de concentratie kun je niet overal in Nederland meten. En ze varieert sterk in de tijd door de wisselende weersomstandigheden, waait naar het buitenland of is juist afkomstig uit het buitenland. Per bron, bijvoorbeeld verkeer, valt wel te meten hoeveel een auto per gereden kilometer aan stoffen uitstoot, de zogenaamde emissiefactor. Het aantal auto's in Nederland, waar ze rijden en hoeveel brandstof er wordt verkocht is ook bekend. Deze gegevens samen worden gebruikt om via een model een totale schatting van emissies te maken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van statistieken van bijvoorbeeld het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), verschillende basisregistraties en de kennis van emissie-experts binnen de Nederlandse Emissieregistratie.

Emissieregistratie

Emissieregistratie is een breed samenwerkingsverband onder leiding van het RIVM. Het brengt jaarlijks de uitstoot van verontreinigende stoffen naar lucht, water en bodem in kaart. Het project levert zo de emissiegegevens voor onderbouwing van milieubeleid, onder andere de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de Kaderrichtlijn Water. Ook vormt het de basis voor vele rapportages, bijvoorbeeld over de uitstoot van broeikasgassen (Kyoto) en emissieplafonds voor luchtverontreiniging (NEC). De gegevens worden gecontroleerd en geregistreerd in de database van de Emissieregistratie. Deze bevat voor een reeks van jaren de emissies van bedrijven (op basis van onder andere Milieujaarverslagen) en van de overige bronnen, de zogenaamde diffuse bronnen (bijvoorbeeld verkeer, consumenten en landbouw). En informatie over waar deze emissies plaatsvinden.

Onzekerheden

Voor het gebruik van de gegevens uit de Emissieregistratie, bijvoorbeeld in onderzoek, of in beleidsevaluaties, is het van belang om inzicht te hebben in de kwaliteit van de emissiegegevens. Door de wijze waarop de emissiegegevens tot stand komen zijn er veel bronnen voor onnauwkeurigheid en/of onzekerheden. Factoren van invloed op de kwaliteit van de emissiecijfers zijn onder andere:

· de kwaliteit en de nauwkeurigheid van de metingen (van emissies of emissiefactoren)
· de toepasbaarheid van gehanteerde meetmethoden
· de kwaliteit en de nauwkeurigheid van de dataverzameling (basisgegevens/activiteitendata)
· de mate van controle op fouten (bij conversies, in datastromen)
· de volledigheid van de emissieberekeningen (zijn alle bronnen bekend)
· de consistentie van de emissieberekeningen (worden emissies uit vergelijkbare processen op consistente wijze berekend).

Afhankelijk van de stof varieert de onzekerheid in de emissietotalen van Nederland. Voor koolstofdioxide (CO2) bijvoorbeeld ligt de onzekerheid in de ordegrootte van enkele procenten. Deze emissie komt voort uit het gebruik van brandstof en is dan ook relatief eenvoudig te berekenen uit het energiegebruik. Voor stikstofoxiden (NOx) waar de emissies veel meer bepaald worden door de gebruikte techniek, zijn de onzekerheden op nationaal niveau aanzienlijk groter. Van de 350 stoffen in de Emissieregistratie verschilt de relevantie voor het beleid, waardoor ook de onderzoeksinspanning varieert. Voor minder beleidsrelevante stoffen kan de onzekerheid over de landelijke uitstoot gemakkelijk vele tientallen procenten bedragen. En voor emissies op de kaart nemen de onzekerheid nog verder toe.  

Om de gewenste kwaliteit van de emissiecijfers te garanderen zijn in het proces van de emissieregistratie een aantal controlestappen ingebouwd. Een belangrijk onderdeel hiervan vormt de trendanalyse. De berekende emissiecijfers worden dan vergeleken met de cijfers die in het voorgaande jaar zijn berekend. Een andere vorm van verificatie van de emissiecijfers is de vergelijking van de emissies/emissietrend met andere gegevens. Voorbeelden hiervan zijn de vergelijking met de gemeten concentraties in het water of in de lucht, of de vergelijking met de energie- of productiestatistieken in een bepaalde sector. Jaarlijks vinden er meerdere internationale reviews plaats op de cijfers in de Emissieregistratie, zoals voor de Kyoto broeikasgassen. Resultaten van deze controles kunnen leiden tot bijstelling van de emissieberekeningen of tot een verbetering van de berekeningsmethoden.

Laatst bewerkt: 10 februari 2017

Bijdragen aan rapportages

Vanuit Emissieregistratie worden jaarlijks nationale en internationale rapportages gemaakt. Of bijdragen geleverd aan andere rapportages die gebaseerd zijn op emissieregistratie gegevens.  Verder heeft emissieregistratie ook nog een publieksfunctie in het kader van de Århus / PRTR verplichting. 
 
Internationale rapportages
Common reporting  format  (CRF)  Levering  gebaseerd op de voorschriften Klimaatverdrag/ Kyoto Protocol en de EU-Monitoring Mechanism regulation.
National Inventory Report (NIR) )  Levering  gebaseerd op de voorschriften Klimaatverdrag/ Kyoto Protocol en de EU-Monitoring Mechanism regulation.
NEC – en NFR rapportages.Gebaseerd op: EU/NEC richtlijn, respectievelijk UNECE/LRTAP Conventie.
Informative Inventory Report (IIR)  in het kader van UN-ECE LRTAP.
IPPC /E-PRTR
IED Rapportage,   grote stookinstallaties
 
(Inter)nationale waterrapportages
Bijdragen aan de stroomgebiedsbeheersplannen t.b.v. de Kaderrichtlijn Water voor de waterschappen en Rijkswaterstaat;
Bijdragen aan toekomstige rapportages t.b.v. de Kaderrichtlijn Mariene Strategie; 
Bijdrage aan internationale rapportages voor OSPAR (meerdere documenten, onder meer via River Input and Discharges);
Levering van emissiegegevens voor nationale waterrapportages, waaronder het project Waterbalans;
Bijdrage aan internationale rapportage State of the Environment (Europees Milieu Agentschap); 
Bijdragen aan brondocumenten over emissies t.b.v. de uitvoering van het Beheersplan Rijkswateren; 
ER draagt bij aan programmatische afstemming tussen inbreng van NL m.b.t. richtlijn Stedelijk Afvalwater en E-PRTR.
Emissiedata uit de ER worden gebruikt om de modelinstrumenten te voeden KRW-verkenner, en de Noordzeemodellen Scremotox (toxische stoffen) en GEM (nutriënten).

Nationale verplichtingen/ rapportages

Wettelijke Producten PBL: bijdrage aan het Compendium voor de Leefomgeving, digitale balans en de Balans van de Leefomgeving.
De ER levert geregionaliseerde emissies aan voor de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland en Grootschalige Depositiekaarten Nederland(GCN/GDN)
De ER levert geregionaliseerde emissies aan voor verwerking in AERIUS zoveel als mogelijk in de oorspronkelijke indeling van puntbronnen, lijnen (weg- en vaarvakken) en grid. (PAS)
eMJV / Emissieverslag 
Het CBS gebruikt ER gegevens voor een aantal (verplichte) publicaties/ rapportages
De publieksfunctie van Emissieregistratie 
De ER website publiceert éénmaal per jaar een geactualiseerde dataset;
De vastgestelde definitieve cijfers over 1990-2015; de geregionaliseerde definitieve cijfers over 1990-2015;
Op de ER website wordt een overzichtstabel van de ETS/niet-ETS emissies (i.h.k.v. de EU-ESD) gepubliceerd;
Loket Emissiregistratie (Emissieregistratie@rivml.nl)  het beantwoorden van loketvragen. 
 
Laatst bewerkt: 10 februari 2017

Wat kunt u met gegevens van Emissieregistratie?

De gegevens uit Emissieregistratie zijn verzameld met als doel om zo compleet mogelijk te zijn, te voldoen aan internationale standaards en waar mogelijk gebaseerd op gegevens uit de basisregistraties. Deze gegevens zijn verder te combineren met eigen "meer gedetailleerde" gegevens of om een model van het eigen gebied (waterschap/deelstroomgebied)  te voeden en verder te verfijnen. Ook is het vergelijken van uw gemeente ten opzichte van andere gemeenten, of Uw provincie ten opzichte van andere provincies mogelijk. 
 
Voorbeelden 
De stroomgebiedsbeheersplannen die door waterschappen worden opgesteld, worden veelal gevoed met emissiegegevens uit de Emissieregistratie. Gecombineerd met data waar de waterschappen zelf over beschikken. 
 
De staat van Overijssel laat in een jaarlijkse rapportage zien hoe de provincie Overijssel het doet ten opzichte van andere provincies. Hier worden de emissiecijfers uit emissieregistratie gecombineerd met andere provincie kentallen.
 
Laatst bewerkt 10 februari 2017
 

Feiten en cijfers

Dit rapport beschrijft de belangrijkste resultaten van het Geluidmonitorprogramma van het RIVM in 2010 voor het wegverkeer. De monitor volgt de trends in het geluid van wegverkeer op vier vaste meetpunten: De geluidmonitor volgt op enkele locaties ook de geluidbelasting van rail- en vliegtuigverkeer; voor railverkeer worden twee meetlocaties van ProRail gebruikt. De metingen worden gebruikt om trends in de geluidsemissies te volgen en te toetsen aan de Wettelijke standaard Nederlandse Reken- en Meetvoorschriften voor wegverkeer en railverkeer.


Dit rapport beschrijft de resultaten van het geluidmonitorprogramma van 2011. De resultaten worden gebruikt om trends in geluidsbelasting te monitoren en om berekeningen te valideren.

De monitor volgt de trends in het geluid van wegverkeer op zes vaste meetpunten; de A2 bij Breukelen, de A10-West bij Amsterdam, de A12 bij Voorburg, de A16 bij Breda, de A20 bij Rotterdam en de N256 bij Colijnsplaat (Zeeland).

Verder gaat dit rapport in op opties voor validatie van berekende geluidbelasting in het kader van SWUNG als onderdeel van de nieuwe wetgeving.

Staafdiagram met % woningen met geluidsbelasting door wegverkeer en railverkeer boven de 65 dB Lden in 2000, 2004, 2008 en 2010. Ook optie om figuurdata te downloaden.

Grafische weergave van het % van de bevolking dat geluidshinder ervaart, uitgesplitst naar bron (wegverkeer, vliegverkeer, railverkeer, industrie).

Instrumenten

Herziende Handreiking omgevingslawaai die is uitgebracht door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in verband met Europese Richtlijn omgevingslawaai. De Handreiking is een hulpmiddel voor alle partijen die met de uitvoering hiervan zijn belast.


Kaarten

Op de kaart ziet u hoe hoog de geluidsbelasting door het wegverkeer op rijkswegen is gedurende een etmaal op de door u gekozen locatie. De geluidbelasting wordt uitgedrukt in de gemiddelde geluidbelasting over een etmaal (Lden). De geluidbelasting 's avonds en 's nachts is hinderlijker dan die van overdag, en wordt daarom veel zwaarder meegerekend.

Op de kaart ziet u hoe hoog de nachtelijke geluidsbelasting door het wegverkeer op rijkswegen is op de door u gekozen locatie. De geluidbelasting wordt uitgedrukt in de gemiddelde geluidbelasting over een etmaal (Lden). De geluidbelasting 's avonds en 's nachts is hinderlijker dan die van overdag, en wordt daarom veel zwaarder meegerekend.

Op de kaart ziet u welk percentage van de bevolking in de door u gekozen gemeente ernstig gehinderd is door geluid van passerende treinen.

Op deze kaart ziet u welk percentage van de bevolking in de door u gekozen gemeente ernstig gehinderd is door geluid van wegverkeer op wegen waar harder gereden mag worden dan 50 kilometer per uur.

Op de kaart ziet u hoe hoog de geluidsbelasting door het wegverkeer is. De kaart is gemaakt door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) om een landelijk beeld van de geluidsbelasting te krijgen. De geluidkaart voor wegverkeer is gebaseerd op een combinatie van modelberekeningen en verkeerstellingen voor rijkswegen, provinciale en gemeentelijke wegen.

Op de kaart ziet u hoe hoog de geluidbelasting door het treinverkeer. De kaart en de gegevens zijn afkomstig van ProRail. ProRail heeft de kaart gemaakt in opdracht van het ministerie van Infrastructuur & Milieu. De geluidkaart is gemaakt in het kader van de EU geluidkartering.

Op de kaart ziet u hoe hoog de nachtelijke geluidbelasting door het treinverkeer is. De kaart en de gegevens zijn afkomstig van ProRail. ProRail heeft de kaart gemaakt in opdracht van het ministerie van Infrastructuur & Milieu. De geluidkaart is gemaakt in het kader van de EU geluidkartering.

Op de kaart zijn de grenzen van stiltegebieden aangegeven. Het streven is om de geluidbelasting in stiltegebieden lager dan 40 decibel te houden. Het geluid in stiltegebieden wordt niet gemeten of berekend. Er gelden bijzondere regels voor activiteiten in stiltegebieden. Er wordt van uitgegaan dat de geluidbelasting lager zal zijn dan 40 decibel, als activiteiten die lawaai maken verboden worden. Ook in stiltegebieden kan de stilte echter verstoord worden door vliegtuigen of door achtergrondgeluid van wegverkeer.

De geluidskaart Snelwegen (RWS) is gemaakt met een computerprogramma. Het geluid van het verkeer op de rijksweg is berekend en is op de kaart te zien door middel van verschillende kleuren (geluidsklassen). Vervolgens is berekend hoeveel woningen er in een bepaalde kleur liggen. Aan de hand van het aantal woningen is bepaald hoeveel mensen er in een geluidsklasse wonen en hoeveel mensen (erg veel) last hebben van het geluid van de snelweg.

Multimedia

Film van Rijkswaterstaat over het project SuperStil Wegverkeer (SSW) dat op een innovatieve manier het geluid van het verkeer omlaag wil brengen. Dus niet met bestaande middelen zoals geluidsschermen, maar door de oorzaak van het geluid aan te pakken. Denk bijvoorbeeld aan nog stillere wegdekken.

Publicaties

Hierin wordt het resultaat beschreven van wat het Rijk de afgelopen vijf jaar (van 2008 tot 2013) heeft gedaan om omgevingslawaai van rijkswegen te voorkomen en/of te beperken en wordt aangegeven wat het Rijk daar de komende vijf jaar (en verder) nog meer aan gaat doen.


In opdracht van het Ministerie van I&M heeft het RIVM in oktober 2010, een expert meeting georganiseerd over hinder door plotseling geluid (piekgeluid), en de benadering hiervan in wetenschap, beleid en in de praktijk. Doel was kennis en ideeën uit te wisselen en aanbevelingen te formuleren over situaties met kortstondige geluidpieken.
Tijdens de bijeenkomst werden voorbeelden gepresenteerd uit theorie en praktijk, bij lucht- en wegverkeer, hoge snelheidslijnen en impulsgeluid door heien en schietoefeningen. Zowel akoestische als modererende factoren kwamen aan bod, zoals de onvoorspelbaarheid van plotselinge geluiden, vertrouwen in de overheid en verwachtingen ten aanzien van toekomstige geluidniveaus.

In dit advies geeft de Commissie ‘Geluid en gezondheid' van de Gezondheidsraad een overzicht van de stand van de wetenschap met betrekking tot de invloed van geluid op de gezondheid. Het advies bevat een evaluatie van de aanwijzingen voor het bestaan van mogelijke oorzakelijke verbanden tussen blootstelling aan geluid en bepaalde gezondheidseffecten.
Ook beschrijft de commissie trends in de mate van blootstelling aan geluid in Nederland en geeft zij schattingen van de gevolgen die deze blootstelling meebrengt voor de bevolking.

In de publicatie 'Over de invloed van geluid op de slaap en de gezondheid' beschrijft de Gezondheidsraad de effecten van nachtelijk geluid op de slaap en de gezondheid. Naast biologische reacties en de gevolgen voor gezondheid en welbevinden worden o.a. ook risicogroepen en beschermingsmaatregelen beschreven.

In dit advies doet de Commissie ‘Uniforme geluiddosismaat' van de Gezondheidsraad een voorstel voor een stelsel van maten voor blootstelling aan omgevingslawaai. Het stelsel moet dienen voor de risicobeoordeling en beleidsondersteuning met betrekking tot de schadelijke gevolgen van die blootstelling voor de gezondheid en het welzijn van mensen in de woonomgeving.