Fijn stof

Fijn stof is ongezond

Fijn stof is een verzamelnaam voor de kleine deeltjes in de lucht. Een deel van het fijn stof komt van natuurlijke bronnen zoals opwaaiend stof en zeezout. Bijna 75- 80% van de hoeveelheid fijn stof in de lucht wordt veroorzaakt door menselijk handelen. Zo ontstaat fijn stof onder andere bij de verbrandingsprocessen in de industrie en het verkeer, bij het overslaan van bulkgoederen, in de veehouderij en door houtkachels en sigarettenrook.

De Engelse term is Particulate Matter (PM). Deeltjes die kleiner zijn dan 10 micrometer (1 micrometer is duizend keer kleiner dan 1 millimeter), worden PM10genoemd. De deeltjes kunnen verschillen in omvang en grootte en ook in chemische samenstelling. Deeltjes die kleiner zijn dan 2,5 micrometer, worden PM2,5 genoemd. De laatste tijd richt de aandacht zich steeds meer op de nog kleinere deeltjes omdat deze schadelijker blijken dan PM10 en PM2,5 deeltjes. Ook roet is een belangrijk onderdeel van fijn stof. Er is een aparte pagina over roet in deze Atlas.

Fijn stof is schadelijk voor de gezondheid. In Nederland overlijden mensen enkele dagen tot maanden eerder door kortdurende blootstelling aan fijn stof. Het gaat vooral om ouderen en mensen met hart-, vaat- of longaandoeningen. Er is geen veilig niveau: fijn stof is ook schadelijk in lage concentraties. De omvang van de effecten is dan wel minder dan bij hogere concentraties. De afgelopen tien jaar daalden de concentraties fijn stof. In de periode tussen 2009 en 2014 bedroeg de afname bijna 20 procent.

Huidige situatie

Om inzicht te krijgen in de mate van luchtvervuiling, wordt fijn stof gemeten en berekend. Uit de monitoringsrapportage NSL 2015 over het jaar 2014 komen de volgende resultaten naar boven. In het grootste deel van Nederland lagen de berekende concentraties fijn stof onder de Europese normen, maar in enkele gebieden werden ze overschreden. Fijn stof was lokaal nog te hoog in gebieden met intensieve veehouderij of industrie. In 20 van de 393 Nederlandse gemeenten werden in 2014 de normen voor fijn stof overschreden. De resultaten over het jaar 2015 worden eind 2016 verwacht.

Trend

Er heeft zich de afgelopen tien jaar een gestage daling voorgedaan in de hoeveelheid fijn stof. Echter, in stedelijke gebieden dalen de fijn stofconcentraties de laatste jaren niet of nauwelijks meer. De fijn stof daling door de invoering van schonere motoren wordt grotendeels te niet gedaan door de stijging van het aantal gereden kilometers en het grotere motorvermogen van de voertuigen.

De Atlas Leefomgeving bevat meerdere kaarten met berekende fijn stof concentraties. Voor PM10 zijn er jaargemiddelde kaarten beschikbaar over 2013 en 2014. Ook voor PM2,5 zijn de jaren 2013 en 2014 te bekijken. Naar verwachting komen eind 2016 van beide elementen ook de jaargemiddelden van 2015 beschikbaar. In de bijsluiters bij de kaarten wordt uitgelegd hoe de berekeningen tot stand zijn gekomen.

Verder zijn er uurlijkse kaarten beschikbaar met berekende waarden voor PM10. Diezelfde concentraties van PM10 zijn ook te volgen op de website van het Luchtmeetnet van het RIVM. Daar vindt u ook de fijn stof verwachtingen voor morgen en overmorgen.

Laatst bewerkt: 01-09-2016

Gezondheidseffecten fijn stof

Kortdurende (gedurende één of meerdere dagen) hoge blootstelling aan deeltjesvormige luchtverontreiniging, gaat gepaard met effecten op de gezondheid van mensen die er gevoelig voor zijn. Denk aan hoesten en benauwdheid en verergering van luchtwegklachten en tijdelijke longfunctiedalingen. Kinderen, ouderen en mensen met bestaande luchtwegaandoeningen of met hart- en vaatziekten behoren tot de gevoeligste groepen. De klachten verdwijnen meestal weer zodra de concentratie van fijn stof in de lucht daalt. Ook wordt er een relatie gezien met verhoogde dagelijkse sterfte aan hart- en vaatziekten en luchtwegziekten.

Omdat de fijn stof niveaus sinds begin jaren negentig dalen, neemt ook de vroegtijdige sterfte door een kortdurende piekblootstelling sinds die tijd af. Begin jaren negentig overleden er per jaar naar schatting ruim 3000 mensen voortijdig als gevolg van een kortdurende piekblootstelling aan fijn stof, in 2009 waren dat er circa 1800. Het gaat vooral om ouderen en mensen met hart-, vaat- of longaandoeningen (Bron Compendium voor de Leefomgeving).

Langdurige blootstelling aan fijn stof kan leiden tot gezondheidseffecten zoals verminderde longfunctie en verergering van luchtwegklachten. Mensen kunnen ook vroegtijdig overlijden door met name luchtwegklachten en hart- en vaatziekten. Nederlanders hebben door langdurige blootstelling aan fijn stof een verminderde levensduur van circa 9 maanden in vergelijking met een fijn stof-vrije omgeving. Dit is een gemiddelde: sommige mensen zullen minder invloed ondervinden en andere meer. Gezondheidseffecten, zoals een verminderde longfunctie, herstellen waarschijnlijk als mensen verhuizen naar een gebied met schonere lucht.

Gezondheidseffecten ultrafijn stof

Er wordt steeds meer gekeken naar nog kleinere stofdeeltjes, die onderdeel zijn van PM10. Ultrafijn stof bestaat uit stofdeeltjes die kleiner zijn dan 0,1 micrometer (PM0,1). Vermoed wordt dat deze kleinere deeltjes schadelijker dan PM10 en PM2,5 zijn, omdat ze dieper in de longen kunnen doordringen. Daarnaast is er sinds kort veel aandacht voor het roet in stofdeeltjes omdat de effecten daarvan tien keer nadeliger worden geschat dan die van PM10.

Laatst bewerkt: 01-09-2016

Richtlijn Luchtkwaliteit

In 2008 is een aangepaste Europese richtlijn voor luchtkwaliteit van kracht geworden.  Sommige landen mochten onder voorwaarden later voldoen aan de grenswaarden voor fijn stof, maar uiterlijk in 2011. Nederland kreeg uitstel voor fijn stof tot medio 2011 op basis van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), waarin saneringsmaatregelen waren beschreven. In de nieuwe Europese richtlijn staan luchtkwaliteitsnormen voor PM10 en PM2,5.

Bij de beoordeling of aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan mag de bijdrage van natuurlijke bronnen, zoals zeezout in Nederland, afgetrokken worden.

Normen

PM10
De jaargemiddelde grenswaarde is 40 microgram/m3. De daggemiddelde grenswaarde van 50 microgram/m3 mag op niet meer dan 35 dagen per jaar overschreden worden. Bij de beoordeling en toetsing van de concentraties PM10 is de grenswaarde voor de piekconcentraties maatgevend. Uit de correlatie tussen de jaargemiddelde concentratie en piekconcentraties PM10 volgt dat de grenswaarde voor de piekconcentraties overschreden wordt bij een jaargemiddelde concentratie PM10hoger dan 31,7 μg/m3.

PM2,5
De nieuwe richtlijn luchtkwaliteit bevat grens- en richtwaarden voor PM2,5.  Vanaf 2015 is de grenswaarde voor de jaargemiddelde PM2,5-concentratie 25 µg/m3. Deze grenswaarde is overal van toepassing. Er is een 'indicatieve grenswaarde' voor de jaargemiddelde PM2,5-concentratie van 20 µg/m3 vanaf 2020.

Actieplannen

Als een grenswaarde wordt overschreden moet de gemeente, provincie of het maatregelen treffen om de concentraties te verlagen en een actieplan opstellen.

Het Rijk, provincies en gemeenten nemen allerlei maatregelen om de risico's van luchtvervuiling voor de gezondheid terug te dringen. Behalve voor fijn stof zijn er ook normen voor andere stoffen die de lucht verontreinigen.

Laatst bewerkt: 01-09-2016

Wat u zelf kunt doen tegen luchtvervuiling

U kunt ook zelf luchtverontreiniging of de effecten daarvan beperken. U kunt bijvoorbeeld kiezen voor milieuvriendelijk vervoer of voor een fietsroute langs minder vervuilde gebieden. U kunt ook besparen op het energieverbruik in huis of u kunt het stoken van vuurtjes in de tuin beperken. Milieu Centraal geeft praktische tips over hoe u zelf eventuele gezondheidsschade door luchtvervuiling kunt verminderen.

Houtkachels en/of vuur in de tuin

Een houtkachel in huis of een vuur stoken in de tuin kan leuk en gezellig zijn. Vuur kan echter veel overlast en luchtvervuiling veroorzaken. Milieu Centraal zet op een rij wat wel en niet mag, en wat u kunt doen als u last heeft van andermans vuur.

Laatst bewerkt: 01-09-2016

Feiten en cijfers

Het RIVM maakt jaarlijks kaarten met grootschalige concentraties en deposities in Nederland in het kader van natuur- en milieubeleid. De kaarten geven een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit en depositie in Nederland en betreffen zowel recente als toekomstige jaren.
Hier kunt u de cijfers achter de kaarten downloaden om in te lezen in een GIS-applicatie.

Het RIVM maakt jaarlijks kaarten met grootschalige concentraties en deposities in Nederland in het kader van natuur- en milieubeleid. De kaarten geven een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit en depositie in Nederland en betreffen zowel recente als toekomstige jaren.
Hier kunt u de cijfers achter de kaarten downloaden om in te lezen in een GIS -applicatie.

Actuele meetresultaten van stoffen die automatisch gemeten worden door de meetopstellingen in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit, te weten ozon, stikstofoxiden, zwaveldioxide, fijn stof, koolmonoxide en ammoniak.

De actuele luchtmetingen van het Luchtmeetnet Amsterdam. Het luchtmeetnet, beheert door GGD Amsterdam, bestaat uit 12 meetstations die 24 uur per dag, 365 dagen per jaar de luchtkwaliteit in de gaten houden. Via het luchtmeetnet volgt de gemeente de ontwikkeling van de luchtkwaliteit.

De GGD Amsterdam publiceert ook jaarlijks een overzicht met alle metingen van het afgelopen kalenderjaar en de jaargemiddelden.

De geregionaliseerde uitstoot (emissie) van circa 350 verontreinigende stoffen in Nederland in kaart, grafiek, tabel en database voor de emissiejaren 1990, 1995, 2000, 2005, 2010, en 2011 (vastgesteld januari 2013) en de voorlopige emissies 2012 (vastgesteld augustus 2013).

De DCMR Milieudienst Rijnmond meet de luchtkwaliteit in het Rijnmondgebied. Het luchtmeetnet van de DCMR toont onder andere de concentratie van zwaveldioxide, stikstofoxide, ozon, fijnstof, benzeen en tolueen in de lucht. Stikstofdioxide en fijnstof zijn de belangrijkste vormen van luchtverontreiniging in het Rijnmondgebied. De gegevens worden automatisch verzameld en elk uur worden nieuwe metingen verricht. U kunt per meetlocatie de gemeten concentraties zien van diverse stoffen. De grafieken laten alle meetwaardes van de afgelopen week zien.

Alle Fijnstof-data van 1992 t/m 2014.

Instrumenten

De Monitoringstool is een instrument dat voor heel Nederland de luchtkwaliteit in beeld brengt op lokale schaal en voor jaren in de toekomst. De Monitoringstool wordt gebruikt in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Op de kaartviewer van de Monitoringstool is het mogelijk om de rekenpunten (locatie en luchtkwaliteitconcentraties), verkeergegevens en de omgevingskenmerken te bekijken. Het betreft hier gegevens die zijn aangeleverd door de wegbeheerders in de Monitoringsronde 2010 tot en met Monitoringsronde 2012.

LOTOS-EUROS is een Euleriaans chemie-transportmodel op Europese schaal dat gebruikt wordt om uit emissies van stoffen en meteorologische gegevens de (actuele) concentraties en/of depositie te berekenen.

Het kan onder andere ozon, fijn stof, aerosolen, zeezout en zware metalen modelleren in de onderste 3.5 km van de atmosfeer boven Europa. Het model geeft uurlijkse resultaten en wordt in combinatie met de weersverwachting gebruikt om dagelijks luchtkwaliteitverwachtingen te berekenen.


Met het Nieuw Nationaal Model (NNM) kunnen provincies en gemeenten de verspreiding van emissies in de lucht berekenen. Het NNM wordt toegepast bij het vaststellen van de kwaliteit van buitenlucht, bijvoorbeeld voor milieuvergunningen. Het model is verwerkt in de modellen Pluim Plus (TNO) en Stacks (KEMA).

PROZON en PROPART zijn modellen voor het maken van een luchtkwaliteitverwachting voor respectievelijk ozon en fijnstof. Ze maken gebruik van statistieken van in het verleden gemeten concentraties en weersomstandigheden, gecombineerd met actuele metingen en weersverwachtingen. Ze geven dagwaarden op meetlocaties.

De GGD-richtlijn ‘Luchtkwaliteit en gezondheid' biedt een overzicht van wetenschappelijke gezondheidsstudies, nieuwe wet- en regelgeving, meten en berekenen en de implicaties van verkeersgerelateerde luchtverontreiniging voor de gezondheid.

De richtlijn is een hulpmiddel voor de GGD'en om gemeenten te adviseren en burgers te informeren.

Kaarten

De Monitoringstool is een instrument dat voor heel Nederland de luchtkwaliteit in beeld brengt op lokale schaal en voor jaren in de toekomst. De Monitoringstool wordt gebruikt in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Op de kaartviewer van de Monitoringstool is het mogelijk om de rekenpunten (locatie en luchtkwaliteitconcentraties), verkeergegevens en de omgevingskenmerken te bekijken. Het betreft hier gegevens die zijn aangeleverd door de wegbeheerders in de Monitoringsronde 2010 tot en met Monitoringsronde 2012.

Op deze kaart u hoe hoog de blootstelling aan fijn stof is op straatniveau. De blootstelling is berekend over een jaar en uitgedrukt in microgram per kubieke meter (µg/m3). Deze kaart geeft een indicatief beeld van het gemiddelde fijnstofniveau in grote en kleine straten in 2011. Deze kaart toont de gemiddelde concentraties op woonlocaties en verschilt daarmee van de kaart op NSL-monitoring.nl. Daar ziet u wat de concentraties op de officiële toetspunten zijn.

Deze kaart geeft een beeld van de fijnstofconcentraties op regionaal niveau (gemiddeld over een jaar). U ziet met name de bijdrage van de grotere wegen. Voor een meer gedetailleerd beeld zie de fijnstof wegenkaart.

Actuele meetresultaten van stoffen die automatisch gemeten worden door de meetopstellingen in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit, te weten ozon, stikstofoxiden, zwaveldioxide, fijn stof, koolmonoxide en ammoniak.

Multimedia

Deze app, ontwikkeld door GGD Amsterdam, DCMR en RIVM,  geeft smartphonegebruikers inzicht in de actuele luchtkwaliteit. Mensen met luchtwegklachten kunnen zich laten waarschuwen als een concentratie boven een zelfingestelde alarmwaarde uitkomt.

De app is beschikbaar voor iPhone en iPad in de iTunes store, voor Android smartphones bij Google Play. De zoekfunctie: Luchtkwaliteit en RIVM. Verder is er een webbased versie beschikbaar voor overige type smartphones.

Hoe doe ik een fijnstofmeting met iSPEX? Bekijk het filmpje met meetinstructies op YouTube.

iSPEX is een experiment om fijnstof in de lucht te meten. Door een opzetstukje voor de lens van je iPhone (4, 4s of 5) te zetten, wordt met de telefoon een indruk verkregen van de helderheid van de lucht.

Publicaties

In Nederland worden op ruim 70 locaties de concentraties van luchtvervuilende stoffen gemeten. Deze meetgegevens geven een gedetailleerd beeld van de luchtkwaliteit en de concentraties van de verschillende verontreinigende stoffen op specifiek deze meetpunten. De metingen worden uitgevoerd door het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM en de regionale partnermeetnetten. Op locaties tussen de meetpunten wordt de luchtkwaliteit berekend. Dit is door het RIVM separaat gerapporteerd in de jaarrapportage van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.