Ongelukken

Gevaren door de mens geïntroduceerd

Onze menselijke activiteiten brengen een aantal gevaren en risico's met zich mee. Zo zijn er bedrijven met gevaarlijke stoffen, begeven wij ons in groten getalen op de weg en bouwen enorme constructies. Dit zijn allerlei verrichtingen waar in enige mate risico's aan kleven. De gevaren met een niet natuurlijke oorsprong (ongelukken) die we hier behandelen, betreffen gevaarlijke stoffen en kernenergie. U kunt ook achtergrondinformatie in deze Atlas vinden over natuurgeweld. Voor informatie over wateroverlast en overstromingen verwijzen we naar wateroverlast en waterveiligheid.

Gevaarlijke stoffen

Een stof is een gevaarlijke stof wanneer deze giftig, brandbaar of explosief is, of een combinatie van deze eigenschappen heeft. Bij ongevallen met gevaarlijke stoffen kan het gaan om een groot ongeluk op een bedrijf. Er zijn veel bedrijven met gevaarlijke stoffen die zo'n risico vormen. Het risico kan voor een groot of een klein gebied in de omgeving bestaan. Ook het transport van gevaarlijke stoffen geeft risico's voor de omgeving. Vervoer vindt plaats over de weg, over het spoor, door buizen en over water.

Gevaarlijke stoffen kunnen de volgende risico's met zich meebrengen:

  • een grote brand door een brandbare vloeistof, bijvoorbeeld benzine;
  • een grote brandende gaswolk, bijvoorbeeld LPG;
  • een giftige gaswolk, bijvoorbeeld chloor;
  • een verdampende giftige vloeistof, bijvoorbeeld ammoniak;
  • een explosie van bijvoorbeeld springstoffen.


Kernenergie

Bij een ongeluk in een kernreactor kunnen mensen worden blootgesteld aan ioniserende straling. Er zijn drie kernreactoren in Nederland (de centrale in Borssele en de onderzoeksreactoren in Petten en Delft) en vier buitenlandse kernreactoren in de buurt van de Nederlandse grens (de centrales in Doel, Tihange en Emsland en de onderzoeksreactor in Mol).

Laatst bewerkt: 2 november 2017

GGD geeft advies

Als er een ongeval gebeurt, is het o.a. afhankelijk van de locatie en de vrijkomende stof welke gezondheidsrisico's er zijn. De GGD geeft advies over gezondheidsrisico's voor inwoners en hulpverleners tijdens milieu-ongevallen door gevaarlijke stoffen en andere factoren.

Rook is altijd schadelijk

Daar waar sprake is van brand, is er altijd een gezondheidsrisico. Alle rook is namelijk in meer of mindere mate schadelijk. Schone rook bestaat niet. Probeer daarom altijd te voorkomen dat onnodig rook ingeademd wordt. Veel mensen denken dat rook van een brand met chemische stoffen veel gevaarlijker is dan rook van een gewone brand. Een begrijpelijke gedachte, maar het verschil is vaak klein. Bij het verbranden van chemische stoffen, afval, papier, schoon hout, kaarsen, wierook, tabak of tuinafval komen in alle gevallen chemische stoffen vrij. Dit geldt dus ook voor de rook van een barbecue.

Roet en dioxines

Na een brand kan een deel van de rook achterblijven in de vorm van roet. Deze roetdeeltjes kunnen schadelijk zijn als u ze inslikt of als ze terechtkomen in de voedselketen. In roet kunnen veel verschillende chemische stoffen zitten. Het inslikken van grote hoeveelheden roet kan op langere termijn schadelijk zijn. Sommige stoffen in roet, zoals benzo(a)pyreen en dioxinen, zijn (mogelijk) kankerverwekkend. Neergeslagen roet krijgen we vooral binnen door hand-mond-contact via vieze handen. Blootstelling is ook mogelijk via het eten van groenten waarop roet aanwezig is.

Na een brand kunnen dioxinen op het gras neerslaan. Wanneer vee dit verontreinigde gras zou eten, kunnen de dioxinen in hun melk terechtkomen. Als gras of hooi na een brand teveel dioxinen bevat, worden deze soms vernietigd om te voorkomen dat de melk verontreinigd raakt. Soms moet bij een grote brand het vee op stal om te voorkomen dat de dieren verontreinigd gras eten.  Ook het eten van gewassen uit bijvoorbeeld moestuinen kan gezondheidsrisico's met zich meebrengen.

Kernenergie

Bij een ongeluk in een kerncentrale kunnen mensen in een groot gebied worden blootgesteld aan ioniserende straling.

Laatst bewerkt: 2 november 2017

Omgevingsveiligheid

Omgevingsveiligheid gaat over de vraag hoe we de beperkte ruimte in Nederland veilig kunnen benutten en de risico's die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving zoveel mogelijk kunnen beperken. Omgevingsveiligheid is een factor voor de gewenste leefomgevingskwaliteit in de Omgevingsvisie. Tot een aantal jaar geleden sprak men niet van omgevingsveiligheid maar van externe veiligheid. Vandaar dat ook die term nog geregeld wordt gebruikt.

Veiligheid en wet

In de ministeriële Regeling provinciale risicokaart wordt beschreven welke kwetsbare objecten en risicovolle situaties op de risicokaart moeten worden getoond. Met het Registratiebesluit externe veiligheid wordt het verplicht om risicosituaties rond gevaarlijke stoffen te registreren. Bedrijven die gevaarlijke stoffen willen gebruiken of opslaan hebben een milieuvergunning nodig. De Wet milieubeheer bepaalt aan welke voorwaarden een bedrijf moet voldoen om een vergunning te krijgen. In de toekomst zal de Omgevingswet de Wet milieubeheer gaan vervangen. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen verplicht gemeenten en provincies om bij het verlenen van milieuvergunningen met omgevingsveiligheid rekening te houden. Het gaat dan onder andere om afstanden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven.

BRZO-bedrijven

In Nederland zijn er ruim 400 bedrijven die onder de BRZO-regelgeving vallen. Dit zijn bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn boven een bepaalde drempelwaarde. Voorbeelden zijn chemische industrieën en opslagbedrijven voor vuurwerk. Deze bedrijven dienen aan allerlei extra regels te voldoen, onder andere zorg te dragen voor diverse veiligheidsrapportages.

Opslag en gebruik van stoffen

De overheid stelt eisen aan de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen: opslag moet bijvoorbeeld gebeuren in speciale containers. Ook zijn bij het gebruik adequate veiligheidsmaatregelen verplicht om een ongeval te voorkomen of de effecten van een ongeval te beperken. Afvoer van gevaarlijke stoffen mag alleen uitgevoerd worden door gespecialiseerde bedrijven. Voorts is het van belang dat er voldoende afstand is tussen de risicobron (bedrijf of route) en de risico-ontvanger (een woning). Daarvoor worden risicocontouren opgesteld. Binnen deze risicocontour mag in principe niet gebouwd worden.

Er hoort ook een calamiteitenplan en een rampenbestrijdingsplan te zijn, waar regelmatig mee wordt geoefend. De beheerders van deze inrichtingen zijn verantwoordelijk voor de veiligheid ter plaatse. De overheid controleert of zij zich aan de regels houden.


Veiligheidsregio's

Op 1 oktober 2010 is de Wet veiligheidsregio's in werking getreden. Met deze wet worden brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, de rampenbestrijding en crisisbeheersing samengebracht in één organisatie. In Nederland zijn er 25 veiligheidsregio's.

Laatst bewerkt: 2 november 2017

Voorbereiding

Er zijn verschillende manieren om je voor te bereiden op een noodsituatie die ooit zou kunnen optreden:

  • Stel een noodpakket samen.
  • Informeer jezelf over risico's in je omgeving.
  • Lees wat je kunt doen bij verschillende soorten noodsituaties.
  • Stel de frequentie van de regionale omroep in op je (nood)radio en/of televisie. Deze zender geeft tijdens een noodsituatie informatie van de overheid.
  • Weet wat je moet doen als de sirene gaat.
  • Het is handig om een EHBO-cursus te doen. Mocht er iets gebeuren, dan kun je jezelf en anderen helpen.
  • Als je een lichamelijke of verstandelijke beperking hebt, maak dan met mensen om je heen (familie, vrienden, buren) afspraken over wie jou kan helpen in een noodsituatie.
  • Zijn er in jouw omgeving mensen die extra hulp nodig hebben tijdens een noodsituatie? Bespreek met hen wat je voor hen kunt doen.


Een ongeval

Na een ongeval gelden over het algemeen de volgende richtlijnen:

  • Ga niet naar het ongeval toe.
  • Bel 1-1-2 als dat nog niet gebeurd is.
  • Zorg dat je minstens 500 meter van de plek van het ongeval bent.
  • Neem kinderen en mensen die moeilijk zelf kunnen vluchten zo snel mogelijk mee.
  • Volg de instructies van de hulpdiensten (politie of brandweer) op.
  • Bij een incident of noodsituatie kan op www.crisis.nl actuele informatie worden vermeld.
    Vind je geen actuele informatie op crisis.nl? Dan word je op een andere manier geïnformeerd, bijvoorbeeld via je regionale omroep (de rampenzender) of de website van je gemeente.
     

Een brand 

Bij een brand gelden over het algemeen de volgende richtlijnen:

  • Ga niet kijken bij een brand
  • Ga aan de kant staan waar de rook van u afwaait
  • Als de rook bij uw huis komt; Sluit ramen, deuren en roosters en schakel indien mogelijk de mechanische ventilatie uit.
  • Help mensen in uw omgeving om ook uit de rook te blijven

Afhankelijk van de vrijgekomen stof of per ongeval kunnen er aanvullende aanwijzingen zijn. Zo moet je bij een ammoniakongeval deuren en ramen sluiten en bij een vuurwerkongeval juist vluchten. Kijk voor ongevalspecifieke aanwijzingen op de risicokaart.

Laatst bewerkt: 2 november 2017