Waterveiligheid

Overstromingsgevaar

Overstroming is een reëel gevaar voor Nederland, want:
  • Grote delen van ons land liggen onder de zeespiegel.
  • Nederland heeft een aantal grote rivieren.
  • Het klimaat verandert: de zeespiegel stijgt en het regent vaker en harder.
     

Het water kan overal vandaan komen: uit zee of de grote rivieren en uit binnenwateren zoals vaarten en plassen. Een dijk kan verzakken, een duin kan wegslaan, of het water komt over de dijken heen.
Een bijkomend gevaar is de kans dat de stroom uitvalt; dan is er geen telefoon, geen internet en geen televisie enz.
Ook de volksgezondheid kan in gevaar komen. Dat kan voor de overheid aanleiding zijn om evacuatie te adviseren.

Bekijk de gebieden die onder water kunnen komen te staan.

laatst bewerkt 22 april 2015

Gevolgen

De kans dat er mensen overlijden door een overstroming, hangt af van:
  • het aantal mensen dat in een gebied woont;
  • de voorspelbaarheid van hoge waterstanden;
  • de snelheid waarmee een dijkring onderloopt;
  • de snelheid waarmee mensen kunnen worden geëvacueerd.

    laatst bewerkt 4 augustus 2014

Waterkeringen

Grote delen van Nederland worden tegen het water beschermd door waterkeringen (dijken, duinen en kunstwerken als sluizen en gemalen). Een aaneengesloten ring van waterkeringen die hetzelfde beschermingsniveau hebben, wordt een dijkring genoemd. Ook hoger gelegen gebieden kunnen onderdeel van een dijkring zijn. Het land binnen de ring wordt dijkringgebied genoemd. Het dijkringgebied en het vereiste beschermingsniveau van elke dijkring zijn wettelijk vastgelegd.


Hoogwaterbeschermingsprogramma

Elke 6 jaar vindt een toetsing van de primaire waterkeringen plaats. In deze toetsing wordt nagegaan of ze aan de wettelijke normen van de Waterwet voldoen. Deze verplichte zesjaarlijkse toetsing geldt voor de dijken en duinen langs de kust, de grote meren en de grote rivieren en voor dammen, zoals de Brouwersdam en de Afsluitdijk. Deze waterkeringen zijn in beheer bij Rijkswaterstaat en waterschappen. De rapportage van de meest recente toetsing is in 2011 opgesteld en de essentie van het Hoogwaterbeschermingsprogramma is om de keringen weer op orde te krijgen. Dit programma is onderdeel van het Deltaprogramma.


Deltaprogramma

Het waterveiligheidsbeleid wordt op een nieuwe leest geschoeid. De afgelopen decennia is gewerkt aan het verbeteren van de bescherming tegen hoogwater volgens de huidige wettelijke norm (overschrijdingskans).

Dankzij nieuwe kennis gaat nu de overstromingsrisicobenadering toegepast worden in het waterveiligheidsbeleid. In deze benadering wordt rekening gehouden met de kans op een overstroming én de gevolgen.  Door de te kiezen norm wordt de kans op overlijden door een overstroming achter de dijken nergens groter dan 1: 100.000 per jaar.

Een belangrijk element van deze nieuwe aanpak vormt het meerlaagsveiligheidsprincipe. Volgens dit principe vergroten verschillende soorten maatregelen de effectiviteit van het Deltaprogramma. Men spreekt over drie lagen van maatregelen. De eerste ‘laag' betreft maatregelen die de kans op een overstroming proberen te beperken. Denk aan het verhogen en versterken van dijken en andere keringen. De tweede ‘laag' betreft maatregelen waardoor bij het geval van een overstroming de gevolgen minder desastreus zijn. Denk aan het op een terp plaatsen van een ziekenhuis of het bouwen van drijvende woningen. De derde ‘laag' betreft maatregelen die de rampenbeheersing in het geval van een overstroming verbeteren. Denk daarbij aan opgestelde rampenplannen, crisismanagement en allerlei evacuatiemogelijkheden met bijbehorende communicatiestrategieën.


Samenwerking

Alle overheden – Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten – werken samen om wateroverlast te voorkomen en te beperken. Rijkswaterstaat en de waterschappen samen onderhouden en inspecteren dijken, dammen en duinen; rivieren krijgen extra ruimte. Gemeenten informeren en waarschuwen de bevolking. Samen met hulpdiensten (politie, brandweer en ambulance) oefenen overheden regelmatig wat ze moeten doen bij een (dreigende) overstroming. De waterstanden worden voortdurend bewaakt, waardoor er in principe tijd is voor maatregelen en alarmering.

laatst bewerkt 13 juli 2016

Voorbereiding

Op de risicokaart staat informatie over de risico's van overstromingen in Nederland. Daar ziet u hoe hoog het water bij u kan komen en waar veilige, hoog gelegen gebieden zijn.
U kunt zich alvast voorbereiden op een overstroming. Wat moet u geregeld hebben:

  • Een noodpakket.
  • Adressen waar u in geval van nood naartoe kunt.
  • Routes om daar te komen.

Lees op de Risicokaart of Overstroom ik? meer over hoe u zich kunt voorbereiden op een overstroming.

laatst bewerkt 13 juli 2016

Feiten en cijfers

Grafische weergave van de veiligheid van waterkeringen (o.a. primaire keringen, dijken en duinen) en de veiligheidsnormen van waterkeringen. De figuurdata zijn te downloaden.

Kaarten

Op de risicokaart Overstromingen staan de gebieden die bij een overstroming onder water komen te staan. Ook laat de risicokaart zien hoe hoog het water in het ergste geval dan komt.Met behulp van het invulvak rechtsboven in het scherm, kunt u een bepaald risico op de kaart getoond laten worden.

Multimedia

Reportage van EenVandaag van 31 januari 2013 over ‘Nederland onder water'. In 1953 vond de watersnoodramp in Zeeland plaats. Moeten we vandaag de dag nog bang zijn dat de Nederlandse dijken kunnen bezwijken, of hoeven ons hier geen zorgen meer over te maken? Minister van Infrastructuur Melanie Schultz van Haegen zei dat de Nederlander onvoldoende voorbereid is op een nieuwe watersnoodramp. De minister wil daarom bijvoorbeeld een evacuatieplan maken. Maar dit is volgens Olivier Hoes van de Technische Universiteit Delft juist niet verstandig.

U komt hier op de website van het Instituut Fysieke Veiligheid.De taken van dit instituut zijn vastgelegd in de wet. De animatie laat zien dat overheden (Rijk, provincies en gemeenten) samenwerken om wateroverlast te voorkomen en te beperken. De raden voor de leefomgeving en infrastructuur pleiten er tegelijkertijd voor dat gewerkt wordt volgens een risicobenadering. Risico op schade en slachtoffers moet daarbij centraal komen te staan.