Ontwikkelen met erfgoed

Hoewel veel mensen behoefte hebben aan een herkenbare leefomgeving met iets eigens, beginnen stedelijke landschappen steeds meer op elkaar te lijken. In elke stad heb je dezelfde set aan bekende winkels en ook woonwijken zien er vaak hetzelfde uit. Ontwikkelen met erfgoed kan uitkomst bieden. Daarmee kun je een leefomgeving zo inrichten dat datgene wat een stad of gebied specifiek maakt, behouden blijft of versterkt wordt.

Kansen erfgoed benutten

Ontwikkelen met behulp van erfgoed houdt in dat je de kansen die erfgoed biedt, gebruikt bij de inrichting van een bepaald gebied of een bepaalde stad of wijk. Erfgoed meenemen bij gebiedsinrichting biedt kansen. Zo kan erfgoed een nieuwe generatie stadsbewoners aantrekken, maar ook opkomende bedrijven in de dienstverlening en de creatieve industrie. Ook biedt erfgoed kansen voor recreatie en toerisme.

Herbestemming oplossing voor leegstand

Door verschillende maatschappelijke en/of economische ontwikkelingen is de leegstand van vastgoed in de afgelopen jaren sterk toegenomen. Dat geldt ook voor monumentale gebouwen als kerken, boerderijen en fabrieken. Om deze monumentale gebouwen van de ondergang te redden, is het nodig een andere functie ervoor te zoeken. Herbestemming biedt gelukkig kansen. Zo maakt herontwikkeling van erfgoed een gebied vaak aantrekkelijker en kan het gebruikt worden als publiekstrekker. Erfgoed kan ook worden gebruikt als hulpmiddel om krimpgebieden een nieuw leven in te blazen. Verder zijn monumentale complexen en grote ruimtes vaak heel geschikt als kantoorruimte voor clusters van kleinschalige, beginnende en innovatieve bedrijven. Zo blijven de monumenten behouden en krijgt de economie in dat gebied een impuls. Een dergelijke ontwikkeling kan als aanjager werken voor weer andere ontwikkelingen. Zie ook: praktijkvoorbeelden RvCE Herbestemming.


Energietransitie biedt kansen voor integratie

Erfgoed kan ook een positieve rol spelen bij de energietransitie. Deze zal een flinke impact hebben op de inrichting van ons land en op het landschap, denk aan windmolenparken en zonne-energie. Als energiemaatregelen op een zorgvuldige manier worden meegenomen in de omgeving, zorgt dat voor meer maatschappelijk draagvlak. De toekomstige Omgevingswet leidt tot een meer ontwikkelingsgerichte manier van werken en biedt kansen voor integratie van erfgoed met andere sectoren, zoals water, natuur, milieu en infrastructuur. Zie: Praktijkvoorbeelden RvCE Duurzaamheid.

Het oude richtinggevend voor het nieuwe

Aan beleidsmakers en gebiedsinrichters de uitdaging om de waarde van erfgoed vast te stellen in relatie tot andere functies, waarin erfgoed en deze functies bij de inrichting van een gebied, stad of wijk elkaar versterken. Door erfgoed vanaf het begin deel uit te laten maken van het ruimtelijke proces, kan behouden worden wat mooi is en het oude kan tegelijkertijd richtinggevend zijn voor het nieuwe. Soms is kiezen voor erfgoed ook loslaten. Wat wil je behouden en in welke vorm en wat kan plaats maken voor iets nieuws?

Bijgewerkt 4 april 2019

De volgende kaart is beschikbaar voor het subthema Stads- en Dorpsgezichten

Het naoorlogse beleid was vooral gericht op het beschermen en behouden van het erfgoed. In de jaren tachtig en negentig was vooral stedelijke vernieuwing de bepalende factor. De omvorming van oude industriesteden naar nieuwe dienstencentra ging gepaard met een groeiende belangstelling voor gebouwd en landschappelijk erfgoed. De laatste jaren is daar de groeiende en wereldwijde belangstelling voor duurzame ontwikkeling bij gekomen, die tot een sterkere bewustwording heeft geleid van de mogelijkheden die erfgoed biedt voor de ontwikkeling van levendige en levensvatbare steden en landschappen. Zorgvuldig omgaan met de bestaande voorraad van gebouwen en het terugdringen van milieuvervuilende afvalstromen staat nu hoog op de beleidsagenda. Die ontwikkeling is terug te zien in de plannen van het huidige kabinet. Zo stelt de brief Cultuur in een open samenleving dat erfgoed moet worden benut voor actuele ruimtelijke opgaven, zoals de energietransitie, de klimaatadaptatie, de bouw van nieuwe woningen in steden en krimpgebieden.

Het kabinet richt zich op het versterken van de relatie tussen erfgoed, ruimte en leefomgeving in trajecten als de Omgevingswet, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), het Deltaprogramma, het Energie-akkoord en het Klimaatakkoord. Een voorbeeld voor de relatie tussen erfgoed en de leefomgeving is de gebiedsagenda voor het IJsselmeergebied, waar veel aandacht is voor zowel de kracht van ontwerp bij klimaat- en energieopgaven als voor de cultuurhistorische waarden vanuit het verleden van de voormalige Zuiderzee. In het kader van de NOVI werkt het kabinet aan de invulling van omgevingskwaliteit.

Ook blijft het kabinet investeren in herbestemming van monumenten, met speciale aandacht voor monumentale kerken. Zo continueert het kabinet de subsidieregeling hiervoor en breidt het de regeling voor herbestemming uit door ook energiescans subsidiabel te stellen. Daarnaast hecht het kabinet waarde aan in het stand houden van het industriële erfgoed. Verregaande verstedelijking maakt dat rafelranden aan de stad verdwijnen. Plekken waar eens kunstenaars als pioniers de toon zetten en autonoom werk maakten, maken plaats voor restaurants en appartementen. Het kabinet vindt het belangrijk dat er in steden, dorpen en in het landelijke gebied ruimte blijft voor creativiteit. Industrieel erfgoed kan kansen daartoe bieden. 

Bijgewerkt 4 april 2019

Aanwijzen stads- of dorpsgezicht

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Infrastructuur en Milieu kunnen een waardevol gebied aanwijzen als rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht. Om zodoende het historisch karakter nu en in de toekomst veilig te stellen. Dit gebeurt met het bestemmingsplan dat de gemeente opstelt in vervolg op de aanwijzing.
De aanwijzing gaat per periode. Op dit moment rondt het Rijk de aanwijzing af van gezichten die ontstaan zijn in de periode 1850-1940.


Bescherming stads- of dorpsgezicht

De bescherming van een gezicht betreft de historische structuren. Dat betekent dat nieuwe gebouwen kunnen worden toegevoegd in een beschermd gezicht. Ook kan het gebruik van een gebouw veranderen, mits dit past in het historisch gegroeide karakter.

Bescherming van gezichten en bescherming van objecten kunnen elkaar aanvullen, maar niet vervangen. De gezichtsbescherming richt zich op de stedenbouwkundige karakteristiek en wil het toekomstig functioneren daarvan veiligstellen. De objectbescherming wil het architectonisch beeld veiligstellen en de authenticiteit van het materiaal behouden.

Subsidieregelingen?

Er bestaan geen subsidieregelingen voor beschermde stads- en dorpsgezichten. Het is ook niet zo dat de panden die binnen een beschermd gezicht vallen automatisch de status van beschermd monument krijgen.

auteur: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed                                       laatst bewerkt 29 juli 2014