Gezondheidswinst door gezonde leefomgeving

Er is nog aanzienlijke gezondheidswinst te behalen als mensen gezonder gaan leven en hun werk- en leefomgeving zo gezond mogelijk is.

21-06-2018 | 16:31

Foto bij Gezondheidswinst door gezonde leefomgeving

Dit blijkt uit een nieuwe studie van het RIVM over het aandeel van gedrag, persoonsgebonden factoren, arbeid en milieu aan ziekte en sterfte in Nederland. Dit aandeel ligt tussen de 4% (milieu) en 19% (gedrag). Zorgkosten kunnen - in theorie - enkele miljarden omlaag door hierop in te zetten.

Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV)

Deze cijfers komen uit de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV). Er zijn zowel gunstige als ongunstige ontwikkelingen. Minder mensen roken, maar toch is roken nog steeds de belangrijkste oorzaak van ziekte en sterfte. Daarna volgt de consumptie van ongezonde voeding. Van de milieufactoren verklaart luchtverontreiniging verreweg het grootste deel van ziekte en sterfte. Daarna volgen blootstelling aan UV-straling en meeroken. Klik op de infographic om deze te vergroten.

Niet alle (gezondheidseffecten van) milieufactoren tellen mee in de berekening. Zo zijn IQ-verlies door lood en slaapverstoring door geluid niet meegenomen. Deze zijn namelijk niet rechtstreeks door te rekenen naar zorgkosten. Als ze wel waren meegenomen, dan zou de milieu-gerelateerde ziektelast zo'n 5% in plaats van 4% zijn geweest. De ziektelast zou nog hoger zijn geweest als bijvoorbeeld geluidhinder en bezorgdheid meetelden.

Kansen

De leefomgeving brengt niet alleen risico's met zich mee maar ook kansen. Denk aan maatregelen die ingrijpen op het bevorderen van beweging, zoals fietsen, lopen en buiten spelen. Groen (parken, bossen) en blauw (water) in de omgeving dragen daaraan bij en stimuleren ook ontspanning en sociale contacten. Meer groen en blauw is ook belangrijk om hittestress door klimaatverandering tegen te gaan. Neem voor meer informatie over de gezonde leefomgeving en de inrichting daarvan een kijkje op Gids Gezonde Leefomgeving.

Vragen en antwoorden

Een aantal relevante vragen en anwoorden:

De milieu-gerelateerde ziektelast is lager dan in 2014 (van 5.7% naar 4%). Hoe kan dat?
Ten eerste is voor elke factor (van gedrag tot arbeid) het aandeel aan de totale ziektelast gedaald door een verandering in de methodiek. De cijfers van 2014 zijn daarom niet te vergelijken met die van 2018. Verder zit de daling vooral in de selectie van milieufactoren en bijbehorende gezondheidseffecten. Als bijvoorbeeld lood en slaapverstoring door geluid wel waren meegenomen, dan zou de milieu-gerelateerde ziektelast zo'n 5% in plaats van 4% zijn geweest (zie berekeningen in het achtergrondrapport).

Er zijn bijna 11.000 sterfgevallen toe te schrijven aan luchtverontreiniging, maar slechts zo'n 7.500 daarvan zijn toe te schrijven aan longkanker, hart- en vaatziekten en luchtweg aandoeningen. Hoe kan dat?
De resultaten zijn gebaseerd op Nederlands onderzoek (DUELS), waarin naast het effect op het totaal aantal sterftegevallen (11.000), ook sterfte aan bovengenoemde drie (clusters van) aandoeningen zijn beschreven (7.500). Er zit hier nog een groot verschil in dat niet kan worden toegeschreven aan longkanker, hart- en vaatziekten en luchtwegaandoeningen. Het is dus nog onbekend aan wat voor aandoeningen deze 3.500 mensen overlijden.

Hoe zit het met hinder door geluid, effecten van hormoonverstorende stoffen, elektromagnetische velden (EMV) en bezorgdheid om milieufactoren?
Deze effecten zijn niet meegenomen doordat ze buiten het kader van de VTV vallen. Zowel in de vorige als de huidige VTV ligt de focus op officiƫle ziektes en aandoeningen. Andere effecten, zoals slaapverstoring (door geluid), IQ verlies (lood) of hinder (geluid, geur), zijn dus niet meegenomen in de berekeningen. Mensen kunnen hier echter wel last van hebben en deze effecten kunnen uiteindelijk tot ziektes leiden. Anderen hanteren mede daarom alternatieve methodieken om tot ziektelast-schattingen te komen (bijvoorbeeld Grandjean and Bellanger 2017 en WHO 2016). Zie voor meer informatie over deze factoren de themapagina over geluid en het RIVM dossier over straling en hormoonverstorende stoffen.


Gezondheidswinst door gezonde leefomgeving

Er is nog aanzienlijke gezondheidswinst te behalen als mensen gezonder gaan leven en hun werk- en leefomgeving zo gezond mogelijk is.

21-06-2018 | 16:31

Foto bij Gezondheidswinst door gezonde leefomgeving

Dit blijkt uit een nieuwe studie van het RIVM over het aandeel van gedrag, persoonsgebonden factoren, arbeid en milieu aan ziekte en sterfte in Nederland. Dit aandeel ligt tussen de 4% (milieu) en 19% (gedrag). Zorgkosten kunnen - in theorie - enkele miljarden omlaag door hierop in te zetten.

Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV)

Deze cijfers komen uit de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV). Er zijn zowel gunstige als ongunstige ontwikkelingen. Minder mensen roken, maar toch is roken nog steeds de belangrijkste oorzaak van ziekte en sterfte. Daarna volgt de consumptie van ongezonde voeding. Van de milieufactoren verklaart luchtverontreiniging verreweg het grootste deel van ziekte en sterfte. Daarna volgen blootstelling aan UV-straling en meeroken. Klik op de infographic om deze te vergroten.

Niet alle (gezondheidseffecten van) milieufactoren tellen mee in de berekening. Zo zijn IQ-verlies door lood en slaapverstoring door geluid niet meegenomen. Deze zijn namelijk niet rechtstreeks door te rekenen naar zorgkosten. Als ze wel waren meegenomen, dan zou de milieu-gerelateerde ziektelast zo'n 5% in plaats van 4% zijn geweest. De ziektelast zou nog hoger zijn geweest als bijvoorbeeld geluidhinder en bezorgdheid meetelden.

Kansen

De leefomgeving brengt niet alleen risico's met zich mee maar ook kansen. Denk aan maatregelen die ingrijpen op het bevorderen van beweging, zoals fietsen, lopen en buiten spelen. Groen (parken, bossen) en blauw (water) in de omgeving dragen daaraan bij en stimuleren ook ontspanning en sociale contacten. Meer groen en blauw is ook belangrijk om hittestress door klimaatverandering tegen te gaan. Neem voor meer informatie over de gezonde leefomgeving en de inrichting daarvan een kijkje op Gids Gezonde Leefomgeving.

Vragen en antwoorden

Een aantal relevante vragen en anwoorden:

De milieu-gerelateerde ziektelast is lager dan in 2014 (van 5.7% naar 4%). Hoe kan dat?
Ten eerste is voor elke factor (van gedrag tot arbeid) het aandeel aan de totale ziektelast gedaald door een verandering in de methodiek. De cijfers van 2014 zijn daarom niet te vergelijken met die van 2018. Verder zit de daling vooral in de selectie van milieufactoren en bijbehorende gezondheidseffecten. Als bijvoorbeeld lood en slaapverstoring door geluid wel waren meegenomen, dan zou de milieu-gerelateerde ziektelast zo'n 5% in plaats van 4% zijn geweest (zie berekeningen in het achtergrondrapport).

Er zijn bijna 11.000 sterfgevallen toe te schrijven aan luchtverontreiniging, maar slechts zo'n 7.500 daarvan zijn toe te schrijven aan longkanker, hart- en vaatziekten en luchtweg aandoeningen. Hoe kan dat?
De resultaten zijn gebaseerd op Nederlands onderzoek (DUELS), waarin naast het effect op het totaal aantal sterftegevallen (11.000), ook sterfte aan bovengenoemde drie (clusters van) aandoeningen zijn beschreven (7.500). Er zit hier nog een groot verschil in dat niet kan worden toegeschreven aan longkanker, hart- en vaatziekten en luchtwegaandoeningen. Het is dus nog onbekend aan wat voor aandoeningen deze 3.500 mensen overlijden.

Hoe zit het met hinder door geluid, effecten van hormoonverstorende stoffen, elektromagnetische velden (EMV) en bezorgdheid om milieufactoren?
Deze effecten zijn niet meegenomen doordat ze buiten het kader van de VTV vallen. Zowel in de vorige als de huidige VTV ligt de focus op officiƫle ziektes en aandoeningen. Andere effecten, zoals slaapverstoring (door geluid), IQ verlies (lood) of hinder (geluid, geur), zijn dus niet meegenomen in de berekeningen. Mensen kunnen hier echter wel last van hebben en deze effecten kunnen uiteindelijk tot ziektes leiden. Anderen hanteren mede daarom alternatieve methodieken om tot ziektelast-schattingen te komen (bijvoorbeeld Grandjean and Bellanger 2017 en WHO 2016). Zie voor meer informatie over deze factoren de themapagina over geluid en het RIVM dossier over straling en hormoonverstorende stoffen.