Aanbevelingen

U wilt aan de slag met het thema Groen en Water. Dan vindt u hier op een rij waar u zoal aan kunt denken. Voor uw overzicht zijn de aanbevelingen ingedeeld in categorieën: participatie, planvorming, locatiekeuze, inrichting, diversiteit/identiteit, bereikbaarheid/toegankelijkheid, veiligheid/sociale ontmoeting, beheer.
Sommige aanbevelingen en praktijkvoorbeelden zijn speciaal van belang voor jeugd [j], ouderen [o] of werknemers [w] U ziet dit meteen, omdat een van deze drie letters dan tussen vierkante haken is toegevoegd.

Participatie

  • Betrek bewoners, kinderen, ouderen, ondernemers en andere belanghebbenden. Zij kennen het gebied en zijn erbij betrokken. [j,o.w]
  • Betrek gebruikers van het buurtgroen nauwer bij een project door hen medebeheerders te maken. Ga daarbij uit van hun wensen; die kunnen verschillen per wijk en per leeftijdsgroep. [j,o.w]
  • Maak organisaties die actief met groen bezig zijn, zoals terreinbeheerders, volwaardige gesprekspartners.
  • Stimuleer en ondersteun groepen burgers of organisaties die ongebruikte terreinen willen adopteren.
  • Werk samen met vrijwilligers aan biodiversiteit op het bedrijfsterrein (inrichting, onderhoud, monitoring). Leg bijvoorbeeld samen met de medewerkers een tuin, plantsoen, park of bedrijfstuin aan. [w]

Terug naar boven

Planvorming

  • Neem groene oases in de stad (volkstuincomplexen, schoolwerktuinen en stadsboerderijen, ecologische tuinen) en bij water (waterspeeltuinen, singels, natuurlijke oevers, waterberging) op in ruimtelijke-ordeningsplannen zoals bestemmingsplannen of structuurvisies of in een programma van eisen van een locatie.
  • Neem voorwaarden ter bevordering van biodiversiteit op in (bestemmings)plannen.
  • Stem uw plan af met andere gebiedsprogramma's.
  • Maak gebruik van de natuurlijke situatie (bodemtypen, waterhuishouding, reliëf, diversiteit).
  • Kijk of het mogelijk is gesloten watersystemen toe te passen, met opvang en hergebruik van regenwater, zelfreinigende systemen, natuurlijke oevers en watersingels.
  • Neem de financiële meerwaarde van groen en water op bestaande financiële structuren, bijvoorbeeld in de grondexploitatie.
  • Denk bij het maken van water- en groenplannen ook ver vooruit en houd rekening met de verwachte grotere neerslagextremen en hittestress (klimaatverandering).
  • Combineer duurzaam waterbeheer met verbetering van de openbare ruimte en andere noodzakelijke maatregelen.
  • Ontwikkel groene (speel)zones en waterspeelplaatsen in en om steden. Deze hoeven niet groot te zijn, maar wel toegankelijk en avontuurlijk. [j]

Terug naar boven

Locatiekeuze

  • Zorg voor voldoende groen en water op loop- en fietsafstand.
  • Zorg voor groene en blauwe verbindingen van stad naar natuur.
  • Benader stad en buitengebied als een natuurlijke eenheid en creëer ecologische verbindingszones en groeneilanden.
  • Benut kansen op bedrijventerreinen. Een groenstructuur biedt mogelijkheden om werken, recreëren en sporten te combineren voor onder andere werknemers en omwonenden. [w]

Terug naar boven

Inrichting

  • Richt de omgeving flexibel en aantrekkelijk in.
  • Maak groen en water levendig door uitdagende/inspirerende elementen toe te voegen, bijvoorbeeld kunst.
  • Gebruik duurzame materialen voor de inrichting van groen, bijvoorbeeld bankjes.
  • Verbind het groen rondom en in een gebouw met open atriums, binnentuinen en daktuinen.
  • Kies een goede mix van groen, zodat de omgeving in elk seizoen aantrekkelijk is.
  • Bescherm de biodiversiteit in de publieke ruimte, met nestgelegenheid, groene daken, wilde tuinen, inheemse plantensoorten.
  • Kies planten- en bomensoorten waar weinig mensen allergisch voor zijn en die weinig overlast geven.
  • Isoleer gebouwen met groene daken en/of gevels.
  • Laat mensen actief kennismaken met voedselproductie en consumptie: leg moestuinen, schooltuinen, en generatietuinen aan. [o,j]
  • Benut mogelijkheden voor stadslandbouw, om de relatie tussen productie en consumptie te versterken en mensen aan te zetten te kiezen voor gezondere voeding.
  • Richt schoolpleinen groen in, zodat kinderen in contact komen met de natuur en kunnen spelen met natuurlijke elementen. [j]
  • Leg een natuur(educatie)tuin of -vijver aan op het schoolterrein of elders in samenwerking met de gemeente. [j]
  • Zorg voor voldoende zitmogelijkheden (in zon en schaduw) in groen en langs water, bijvoorbeeld voor ouderen die een ommetje maken. [o]
  • Maak terreinen geschikt voor lunchwandelen of hardlopen voor werknemers. [w]
  • Richt parkeerplaatsen en bedrijventerreinen aan de rand van de stad zo in dat ze buiten kantooruren gebruikt kunnen worden als overstappunt voor recreatie. [w]

Terug naar boven

Diversiteit/identiteit

  • Versterk de (historische) identiteit van een plek: werk met zichtlijnen en benadruk het karakter van de plek.
  • Maak gebruik van kennis uit het (verre) verleden en handhaaf waardevolle elementen en structuren. Dit verhoogt de kwaliteit van de plannen en versterkt de betrokkenheid en het draagvlak, zowel van professionals als bewoners.
  • Behoud (monumentale) bomen.
  • Geef een plek een onderscheidend karakter, zodat meteen duidelijk wordt waarvoor deze gebruikt kan worden.
  • Voor diversiteit is het type groen van belang: dit moet aansluiten bij de gewenste gebruiksfuncties (bewegen, ontspannen, spelen).
  • Combineer meer doeleinden en maak groen bruikbaar voor meer doelgroepen. Bijvoorbeeld water biedt kansen voor recreatie, maar ook voor verkoeling en waterberging. Maak voor ieder wat wils: een rozentuin, een kruidentuin, sportmogelijkheden, picknickplaatsen, plekken om te ontspannen en tot rust te komen.
  • Breng variatie aan in groen- en waterelementen en gebruik hierbij overgangen in hoogte en variatie in begroeiing (bijvoorbeeld gras, bloemen, struiken, bomen).
  • Leg bloemrijke bermen aan.
  • Gebruik inheemse soorten in openbare groenvoorziening.
  • Creëer groen in een wijk op meer manieren tegelijk, bijvoorbeeld in gevel- en daktuinen, bloembakken, hofjes en binnentuinen, moestuinen, volkstuinen, pluktuinen, schooltuinen, groenstroken.
  • Stimuleer particulieren om hun tuinen, gevels en straten groen aan te leggen, bijvoorbeeld door gratis planten (bijvoorbeeld rozen of klimop) voor de gevel aan te bieden.

Terug naar boven

Bereikbaarheid/toegankelijkheid

  • Zorg dat wandel- en fietspaden aansluiten op veel gebruikte routes en maak ze toegankelijk voor iedereen (zowel voor grote als kleine ommetjes).

Terug naar boven

Veiligheid/sociale ontmoeting

  • Vergroot de (beleving van de) veiligheid en ontmoedig asociaal gedrag, bijvoorbeeld door groen en water te realiseren op een plek die zichtbaar is vanuit verschillende gebouwen.
  • Zorg dat de nieuw aan te leggen omgeving vandalismebestendig is.
  • Maak singels en vijvers veilig, bijvoorbeeld met schuine taluds en verlaagde oevers.

Terug naar boven

Beheer

  • Introduceer een meer ecologisch beheer en vermijd het gebruik van bestrijdingsmiddelen.
  • Zorg voor goed, actief beheer en onderhoud, nadat een plan is uitgevoerd. Houd daarbij rekening met type groen, natuur/dieren/ecosystemen, gebruiksniveau en onderhoudsvriendelijkheid. Betrek hier zo mogelijk omwonenden bij.

Terug naar boven