Aanbevelingen

U wilt aan de slag met de kwaliteit van bodem, geluid en lucht om de leefomgeving gezonder te maken. Dan vindt u hier op een rij waar u zoal aan kunt denken. Voor uw overzicht zijn de aanbevelingen ingedeeld in categorieën: participatie, planvorming, locatiekeuze, inrichting, diversiteit/identiteit, bereikbaarheid/toegankelijkheid, veiligheid/sociale ontmoeting, beheer.

Sommige aanbevelingen, praktijkvoorbeelden en instrumenten zijn speciaal van belang voor jeugd [j], ouderen [o] of werknemers [w]. U ziet dit meteen, omdat een van deze drie letters dan tussen vierkante haken is toegevoegd.

Participatie

  • Betrek bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden bij uw project. Zij hebben specifieke gebiedskennis en zijn betrokken bij het gebied.
  • Informeer mensen over milieukwaliteit in hun (toekomstige) woonomgeving.

Terug naar boven

Planvorming

  • Zorg dat deskundigen in een vroeg stadium van de planvorming aan de onderhandelingstafel zitten. Zij kunnen dan meedenken en ideeën inbrengen voor het besluitvormingsproces, in plaats van achteraf te toetsen aan wettelijke (milieu)normen.
  • Werk gebiedsgericht. Dit zorgt tegelijkertijd voor een integrale aanpak. Kijk naar verschillende milieuaspecten en weeg ook de gezondheidseffecten van bepaalde beslissingen en scenario's mee.
  • Bepaal in de ontwerpfase waar de milieukwaliteit (lucht-, geluid-, bodem-) beter of slechter is. Kies een milieukwaliteit die past bij het type gebied.
  • Begin met bronbestrijding: beperk verkeerslawaai bijvoorbeeld met stil wegdek, het beperken van maximale snelheden, het inzetten van groene golven, enzovoort.
  • Zorg voor goede alternatieven voor de auto: bied goede fietsvoorzieningen en volwaardig openbaar vervoer.
  • Stel milieueisen aan vervoerders als onderdeel van het toelatingsbeleid tot kwetsbare stadsdelen.
  • Maak afspraken met vervoersmaatschappijen over roetfilters.
  • Gebruik op plekken met veel geluid en een slechte luchtkwaliteit in steden of wijken bestaande instrumenten, zoals een verkeerscirculatieplan, de ‘Langzaam rijden gaat sneller'-methode (Largas-methode) of de VervoersPrestatie op Locatie (VPL).
  • Denk over de ondergrond net zoals over de bovengrond. Net als luchtkwaliteit, geluid en water moet de bodem een vanzelfsprekend onderdeel zijn van de planvorming.
  • Maak integrale 3D-bestemmingsplannen en voer een 3D-planproces: voor de onder- én bovengrond. Verbind plannen voor de boven- en ondergrond met elkaar.
  • Werk opties van ondergronds ruimtegebruik uit als bijdrage aan gebiedskwaliteit.
  • Maak in het begin van het planproces een snelle scan van de bodemfunctie en -kwaliteiten en stel een bodemkansenkaart op die inzichtelijk maakt waar welke toepassingen voor de bodem (zoals warmte-koudeopslag) mogelijk zijn.
  • Houd in een vroegtijdig stadium rekening met de toestand van de bodem. Kijk bij bodemvervuiling welke functies waar mogelijk zijn. De grond onder een parkeergarage hoeft bijvoorbeeld niet even schoon te zijn als grond voor een woonwijk.
  • Houd rekening met de bodem bij bouwplannen van woningen en wegen, bijvoorbeeld om te voorkomen dat het grondwaterpeil zakt.

Terug naar boven

Locatiekeuze

  • Houd bij (her)inrichting rekening met de locatie en spreiding van voorzieningen om knelpunten in verkeersstromen en parkeerdruk te voorkomen.
  • Bundel verkeer op stedelijke hoofdwegen om verkeershinder zo veel mogelijk te beperken.
  • Gebruik zonering door in bepaalde zones (minimale en maximale) categorieën bedrijven toe te staan. Daarbij komen zwaardere categorieën op grotere afstand te liggen van gevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen.
  • Plaats bij gevoelige objecten (woningen, scholen, kinderdagverblijven en zorgcomplexen) de meest kwetsbare groep op de minst vervuilde plek. Plaats deze objecten op minimaal 300 meter van de snelweg.
  • Ontzie de woonomgeving door bronnen van geluidhinder te groeperen, bijvoorbeeld een skatebaan bij een hangplek. Zorg voor een plek waar deze plekken goed in de omgeving passen. Vermijd functies die lichthinder kunnen veroorzaken (sportparken en kassen) dicht bij gevoelige functies zoals woningen.
  • Zorg ervoor dat speelplekken op een ‘gezonde' plek staan. Dus geen vervuilingsbronnen in de buurt, een schone bodem en zowel zon als schaduw op de speelplek [j].
  • Bundel verontreinigende activiteiten zo veel mogelijk en denk meteen al na over de maatregelen die nodig zijn.
  • Overweeg om archeologische kwaliteiten in de bodem zichtbaar te maken in een park of in een gebouw.

Terug naar boven

Inrichting

  • Maak door bijvoorbeeld straten te versmallen of af te sluiten gebieden autovrij of autoluw.
  • Zorg voor voldoende Park&Ride- of Park&Bike-plekken, zodat automobilisten niet met de auto de binnenstad in hoeven.
  • Vermijd (doorgaand) vrachtverkeer, bussen en zware bestelwagens door woonwijken. Dat kan bijvoorbeeld door milieuzones en een dwingend parkeerbeleid in te voeren, door voetgangerszones te maken in woon- en winkelgebieden, en door alleen bestemmingsverkeer toe te laten.
  • Realiseer parkeerplaatsen voor auto's op enige afstand van de woning (50 tot 200 meter). Hierdoor wordt er minder gereden in de wijk en belemmeren geparkeerde auto's niet het zicht op (en van) de spelende kinderen. Kinderen kunnen dan beter buiten spelen. Automobilisten worden bovendien gestimuleerd om van en naar hun woning te lopen. [j]
  • Maak ruimte voor langzaam verkeer. Hoe meer rotondes, oversteekplaatsen en fietspaden in de wijk, hoe groter het aantal kinderen dat lopend of met de fiets naar school gaat [j].
  • Creëer stille plekken in een wijk, bijvoorbeeld door aaneengesloten bebouwing met daarachter hofjes of binnentuinen.
  • Plaats de geluidbron zo ver mogelijk van de bebouwing, bijvoorbeeld door een groenstrook langs een weg aan te leggen.
  • Leg wegen verdiept aan. Daardoor worden fietsers, voetgangers en bewoners minder blootgesteld aan luchtverontreiniging en geluid.
  • Gebruik geluidschermen of gebouwen met een hoge gesloten gevel om geluid af te schermen. Geluidschermen, luifels en wallen kunnen ook luchtverontreiniging tegengaan.
  • Situeer de buitenruimte of tuinen van een woning aan de meest verkeersluwe kant van bebouwing.
  • Zorg op geluidbelaste locaties voor extra maatregelen aan de woning. Denk aan een dove gevel (een gevel zonder ramen of deuren die open kunnen), een geluidsscherm vóór de gevel, het zoneren van geluidgevoelige vertrekken (slaapkamers, studeerkamers aan rustige zijde van de woning) of het creëren van een stille kamer.
  • Zoek naar specifieke woningtypes om geluidwerende woningen van te maken. Dit hoeft niet altijd de goedkoopste woning te zijn: juist bij duurdere woningen is er meer geld om van de investering in geluidwering iets te maken.
  • Stel stoplichten slim in. Als vrachtverkeer goed kan doorstromen, helpt dat bijvoorbeeld in alle situaties om de uitstoot van schadelijke stoffen te verminderen.
  • Pas bij bodemvervuiling een leeflaag toe, zodat het gebied gebruikt kan worden als park of sportterrein.
  • Voorkom dat wegen, industrie en gebouwen de bodem te veel afdekken.

Terug naar boven

Diversiteit/identiteit

  • Stem de ambities voor een gebied af op de functies, kenmerken en mogelijkheden van een gebied. Hierdoor kunnen de kwaliteit van een gebied beschermd of verbeterd worden.
  • Streef een geluid- en luchtkwaliteit na die past bij het gebiedstype. Bij een stadscentrum passen bijvoorbeeld andere geluid- en luchtkwaliteitsniveaus dan voor een natuurgebied.
  • Maak bij de aanleg en herstructurering van woongebieden gebruik van de plaatseigen factoren van ondergrond, het natuurlijk landschap, archeologie, occupatiepatroon en cultuurhistorie.
  • Benut de kansen van de ondergrond door het behouden van biodiversiteit en cultuurhistorische elementen.

Terug naar boven

Bereikbaarheid/toegankelijkheid

  • Zorg ervoor dat diverse bestemmingen goed en veilig bereikbaar zijn met de fiets, lopend of met het openbaar vervoer. Bijvoorbeeld de binnenstad, scholen, bedrijventerreinen, het station, (sport)voorzieningen en groene gebieden. Verbind verschillende jeugdbestemmingen in de buurt met bijvoorbeeld een ‘kindlint': loop- en fietsroutes naar school, speelplekken, het tienerhuis, de skatebaan, het winkelcentrum, verenigingen, sportvelden enzovoort. [j]
  • Maak haltes van openbaar vervoer voor iedereen bereikbaar: de bushalte op loopafstand, ook voor ouderen en mensen met functiebeperkingen. [o]
  • Zorg voor sociaal veilige Park&Ride-(transferium-)terreinen als oplossing voor verkeersdrukte in steden.

Terug naar boven

Veiligheid/sociale ontmoeting

  • Zorg voor een wegontwerp dat dwingt tot rustig rijgedrag, bijvoorbeeld door bochten, asverleggingen, lokale versmallingen en rotondes. Zorg dat er geen hinder hiervan ontstaat voor fietsers, het openbaar vervoer en omwonenden.

Terug naar boven

Beheer

  • Reinig stil asfalt (ZOAB) regelmatig. Als de bovenste laag van dit asfalt vervuild raakt, kan dit de geluidreductie verstoren.
  • Voorkom dat schone bodems verontreinigd raken en maak verontreinigde bodems schoon.

Terug naar boven