Droogte

Voldoende water is niet vanzelfsprekend
Over het algemeen is er in Nederland voldoende zoet water beschikbaar. Maar ook in Nederland komen droge periodes, wanneer het veel minder regent dan normaal, of wanneer het erg warm is en er dus meer water verdampt.

Gevolgen van droogte
Door droogte krijgen bomen en planten minder water. Hierdoor ontstaat schade in de landbouw en in de natuur. Droogte leidt ook tot andere problemen. Het water staat lager in de rivieren en kanalen, waardoor boten minder goed kunnen varen. Er is minder koelwater beschikbaar voor de industrie. Veendijken kunnen uitdrogen, waardoor er kans is op een dijkdoorbraak. Er is meer kans op natuurbranden. En droogte leidt tot verzilting, waarbij het oppervlakte- en grondwater zouter wordt.

Wat doet de overheid?
De overheid neemt maatregelen om droogte tegen te gaan. In droge periodes houden de waterbeheerders zoet water zo goed mogelijk vast met behulp van stuwen. Ook voeren zij extra water aan, bijvoorbeeld uit de rivieren en het IJsselmeer. En de overheid kan boeren en particulieren verbieden om te sproeien. Het Deltaprogramma zorgt dat er maatregelen worden genomen zodat in de toekomst zo min mogelijk problemen door droogte ontstaan.

Laatst bijgewerkt 31 augustus 2017

Gevolgen van droogte
Door droogte daalt het waterpeil van rivieren, kanalen, sloten, meren en plassen. Soms drogen vennen en poelen op. Boten kunnen minder makkelijk varen. Waterplanten, vissen en amfibieën gaan dood. Zout water dringt uit de zee de rivieren binnen.

Door droogte daalt ook het grondwaterpeil. De wortels van bomen en planten kunnen niet meer bij het water, wat schade oplevert voor de landbouw en de natuur. Het water wordt bovendien zouter, doordat zout uit de bodem oplost in het water.

Een (te) lage grondwaterstand leidt op sommige plaatsen tot ernstige funderingsproblemen. Zo kunnen funderingen van gebouwen verzakken. Want als drooggevallen houten funderingspalen in contact komen met zuurstof in de lucht, gaan ze schimmelen en rotten (paalrot).

In veengebieden leidt droogte tot bodemdaling, want veen dat in aanraking komt met lucht klinkt in en oxideert. Als de bodem daalt moet ook het waterpeil lager worden ingesteld. Hierdoor moeten waterschappen extra bemalen, met extra bodemdaling tot gevolg. Wanneer veendijken uitdrogen, is er meer kans op een dijkdoorbraak.

Tijdens een periode van droogte is de kans op een natuurbrand groter. De meeste natuurbranden ontstaan door onvoorzichtigheid van mensen (weggegooide sigaret, vuurkorven, barbecues en dergelijke) of kwaadwillendheid (brandstichting). Soms is er sprake van natuurinvloeden zoals blikseminslag. De bestrijding van natuurbranden is lastig, omdat bluswater vaak van elders moet worden aangevoerd en de wind de brand aanwakkert.

Laatst bijgewerkt 31 augustus 2017

Wat doet de overheid?
Om de gevolgen van periodes van droogte te verminderen, neemt de overheid maatregelen, om water vast te houden, water aan te voeren en minder water te gebruiken.

Vast houden van water
In bebouwd gebied legt de overheid meer groen en waterdoorlatende stroken langs wegen aan. Zo kan regenwater de grond in zakken in plaats van in het riool stromen en bouwt de bodem een voorraad op voor droge periodes.

Via stuwen in beken en sloten zorgen waterschappen dat water niet wegstroomt. In heel droge periodes worden soms vispassages afgesloten, om te voorkomen dat de geringe hoeveelheid water die nog aanwezig is, wegstroomt via de vispassage.

Water verdelen en aanvoeren
In droge periodes voeren de waterbeheerders zoet water aan, uit rivieren en uit het IJsselmeer. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de waterschappen en de provincies bepalen gezamenlijk waar het beperkt beschikbare water heen gaat. Daarvoor is een zogenaamde ‘verdringingsreeks' opgesteld. Hierin staat welke gebruikers bij watertekorten de hoogste prioriteit hebben.

Minder water
De overheid kan boeren en particulieren verbieden om te sproeien. Ook waterbeheerders zelf kunnen water besparen, bijvoorbeeld door minder vaak sluizen te bedienen.

Deltaprogramma zoetwater
De overheid verwacht dat er in de toekomst vaker problemen met droogte zullen optreden, omdat de vraag naar zoetwater toeneemt en het klimaat verandert. Daarom heeft de overheid als onderdeel van het Deltaprogramma een deltabeslissing Zoetwater opgesteld. Door de deltabeslissing is er meer duidelijkheid over de beschikbaarheid van water. Ook worden er maatregelen genomen om betrouwbaarder water aan te kunnen voeren en minder water te gebruiken.

Laatst bijgewerkt 31 augustus 2017

Maatregelen tegen droogte
Gebruik minder water. Voor het besproeien van uw tuin kunt u het water gebruiken dat u heeft opgevangen in een regenton.

Haal de stenen uit uw tuin. Tuinen met minder bestrating nemen meer regenwater op. Daardoor bouwt de bodem een voorraad op voor droge periodes. Meer tips staan in onder 'Zie ook' rechts op deze pagina.

Laatst bijgewerkt 31 augustus 2017