Met het blote oog kun je niet zien hoe schoon of vervuild de lucht is. De kaarten op de Atlas Leefomgeving geven een beeld van de luchtkwaliteit in je buurt. Maar er is nóg een manier om meer te ontdekken over de luchtkwaliteit: kijk eens goed naar korstmossen. Deze bijzondere organismen vertellen verrassend veel over de kwaliteit van de lucht.

Wat deze onopvallende organismen opvallend maakt, is in de eerste plaats hun naam. Als je het snel uitspreekt, is het een tongbreker. Het klinkt ook best een beetje viezig: korst-mos. Ook is de naam verwarrend, want het is helemaal geen mos. Mos is een soort plantje en hecht zich met kleine draadjes aan de bodem, terwijl een korstmos een symbiose is, Grieks voor samenleven. Een korstmos bestaat uit een alg en schimmel die dat samen doen. In Nederland komen zo’n 800 soorten voor.

Ecoloog en bioloog Henk-Jan van der Kolk werkt voor de BLWG, de vereniging voor mossen- en korstmossenonderzoek in Nederland. Hij legt uit wat korstmossen zo bijzonder maakt: “Ze groeien onder extreme omstandigheden en op de meest uiteenlopende plekken. Bijvoorbeeld op huizen, boomschors, stoeptegels, houten bankjes en dakpannen. Je vindt ze ook in verschillende omgevingen, zoals in bossen, steden, duinen en zelfs in zout water. Hitte doorstaan ze moeiteloos. Als het erg heet wordt, dan gaan ze in slaapstand en stoppen ze met groeien. Zodra het afkoelt, groeien ze weer verder. Dit maakt ze dé diehards van de leefomgeving.”

Henk-Jan raakte al op jonge leeftijd gefascineerd door korstmossen. “Ik begon als vogelaar, maar al snel keek ik ook naar planten. Alleen, in de winter groeit er niet zoveel. Zo kwam ik uit bij de korstmossen.” De winter bleek een ideaal seizoen om korstmossen te ontdekken, want ze vallen dan meer op. Door de hogere luchtvochtigheid worden hun kleuren intenser. Doordat bomen en takken hun bladeren verliezen, zijn ze beter zichtbaar. “Ze grepen me aan: ze zijn heel klein, maar zó mooi om te zien. Ze hebben allerlei bijzondere vormen en kleuren. En we weten er ook nog niet alles over. Zo ontstond de drang om ze te onderzoeken.”

Groot dooiermos op de rand van een stenen bloempot (Bron: Eline Wester)

Hoe mooi korstmossen kunnen zijn, laten Henk-Jan en zijn collega’s Harold Timans en Ron Poot zien in het boek ‘Miniatuurwereld, de kracht en pracht van korstmossen’. Het boek is genomineerd voor de longlist van de Natuurboekenprijs 2026. Met prachtige uitvergrote foto’s tonen de auteurs de grote verscheidenheid aan korstmossen. Zo hopen ze dat deze bijzondere levensvorm de aandacht krijgt die hij verdient. Want mos kent iedereen wel, maar korstmossen blijven vaak onopgemerkt.  

Win-win-situatie

Hoe komt het dat korstmossen zich zo goed staande houden onder uitdagende omstandigheden? Door een win-win-situatie: zowel de alg als schimmel heeft voordelen van het samenleven. De alg zet zonlicht om in suikers via fotosynthese en geeft hiervan een deel aan de schimmel. De schimmel beschermt de alg tegen uitdroging, houdt water en mineralen vast en zorgt voor een stevige plek om te groeien. “Een alg groeit zelf alleen op schaduwrijke plekken. De schimmel vormt een beschermend laagje over de alg, een soort zonnebrandcrème.” Dankzij die samenwerking kan de alg op zonnige plekken overleven en kan de schimmel zo aanschuiven bij het buffet.

Groot boomschildmos op houtreling in Park Oudegein in Nieuwegein (Bron: Eline Wester)

Gevoelig voor lucht

Op de Atlas Leefomgeving vind je verschillende kaarten in het thema Schone Lucht. Schone lucht is belangrijk voor de gezondheid. Helaas bevat de lucht deeltjes en gassen die niet goed zijn voor de gezondheid, zoals stikstofdioxide, fijnstof en ammoniak. Stikstofdioxide en fijnstof komt vooral vrij door verkeer, houtstook, industrie en landbouw en ammoniak vooral door landbouw. Dit kan gezondheidsklachten veroorzaken. Zo kunnen ze longklachten verergeren en het risico op hart- en vaatziekten vergroten.

Kaart Stikstofdioxide 2024: gemiddelde concentratie stikstofdioxide over het jaar 2024. Hoe roder een gebied op de kaart, hoe hoger de gemiddelde concentratie 

De kaart Actuele Luchtkwaliteitsindex (LKI) toont de luchtkwaliteit van het afgelopen uur in Nederland. De luchtkwaliteitsindex (LKI) beschrijft een mix van stoffen die acuut effect kunnen hebben op de gezondheid. Het gaat om fijnstof, ozon en stikstofdioxide. Er zijn ook jaargemiddelde kaarten van de concentratie fijnstof en stikstofdioxide. De kaart ‘Stikstofoxiden 2024’ hierboven laat de gemiddelde concentratie stikstofdioxide zien over het jaar 2024. Op de kaart is te zien dat in het noorden van het land gemiddeld genomen de concentratie stikstofdioxide (NO2) voldoet aan de advieswaarde van de WHO, terwijl dat in de Randstad niet zo is. Daar voldoet de gemiddelde concentratie meestal wel aan de grenswaarde van de (Europese unie) tot 2030, maar op sommige plekken in de Randstad, bij de grote wegen, is dit niet het geval.

Hoewel korstmossen echte diehards zijn, zijn ze uiterst gevoelig voor luchtkwaliteit. Ze nemen water en voedingsstoffen rechtstreeks op uit de lucht en reageren daardoor sterk op veranderingen. Dit maakt ze een goede indicator. In de jaren ’80 was vooral zure regen (zwaveldioxide) een probleem voor korstmossen. Henk-Jan: “Tegenwoordig heeft vooral ammoniak invloed, omdat het de zuurgraad van de omgeving verandert. Ammoniak zorgt ervoor dat boomschors ontzuurt. In de bodem is er door bacteriële processen juist sprake van verzuring.”

Dragonderdooiermos heeft een prachtige oranje kleur (Bron: Henk-Jan van der Kolk)

Door de aantasting van boomschors nemen stikstofminnende soorten toe en zuurminnende soorten af. Onderzoekers van het grootschalige Meetnet korstmossen op bomen volgen die ontwikkeling. Er doen momenteel negen provincies mee. De onderzoekers bepalen de Nitrofiele Indicatie Waarde (NIW). Hoe hoger deze waarde, hoe meer stikstofminnende soorten. De waarde is gebaseerd op de aanwezigheid van indicatorsoorten en de onderzoekers volgen hoe dit in de loop van de tijd verandert.

Uit de tellingen blijkt dat het aantal stikstofminnende korstmossen tot ongeveer 2000 sterk toenam. Daarna nam het aantal stikstofminnende korstmossen weer geleidelijk af, maar sinds 2015 is het aantal stabiel gebleven en is er geen duidelijke verbetering meer waargenomen. “In gebieden die vroeger sterk vervuild waren, zoals gebieden met intensieve veehouderij in het oosten van Noord-Brabant en de Gelderse Vallei, namen stikstofminnende soorten af nadat maatregelen waren genomen om ammoniakuitstoot te verminderen. Denk aan inkrimpen van de veestapel of andere milieumaatregelen. Tegelijkertijd zijn stikstofminnende soorten juist opgekomen in nieuwe gebieden en dringen ze nu dieper door in natuurgebieden.” Het probleem is dus niet verdwenen, maar verschoven, in vergelijking met 30 jaar geleden. Hierbij zijn de effecten in natuurgebieden nu veel duidelijker zichtbaar.

Koekeloeren naar korstmossen

Het boek Miniatuurwereld maakt duidelijk dat je helemaal niet ver je huis uit hoeft om fascinerende korstmossen tegen te komen. Je hoeft alleen maar te koekeloeren naar stoeptegels, boomstammen, muren of tuinhekken. Op het werkblad Korstmossen van de BLWG zie je welke soorten tegen ammoniak kunnen en welke soorten juist niet. Via  de soorten die je tegenkomt, kun je een indruk krijgen van de luchtkwaliteit in je buurt. Gele soorten zie je op plekken waar de luchtkwaliteit minder is, zoals het groot dooiermos. Soorten als boerenkoolmos en baardmos zie je dan juist niet. Die laatste soorten komen nog maar sporadisch voor in Nederland. Volgens Henk-Jan groeien alleen nog kleine exemplaren midden in grote natuurgebieden als de Veluwe.

Geringde stuifmeelkorst, een korstmos dat door Henk-Jan en collega's voor het eerst werd beschreven voor de wetenschap (Bron: Henk-Jan van der Kolk)

Henk-Jans favoriete korstmos? Dat is de geringde stuifmeelkorst, die hij samen met collega’s voor het eerst beschreef voor de wetenschap. De soort groeit onder meer op mergelrotsen in Limburg. “Op de tweede plek staat wimpermos. Die komt niet veel voor. Maar als je hem van heel dichtbij bekijkt, zie je een soort takken met haartjes, net wimpers.” Op de derde plaats staat het dragonderdooiermos, een soort die oprukt uit Midden-Europa. “Dit korstmos heeft een prachtige diep oranje kleur en lijkt wel uit piepkleine vogelnestjes te bestaan.” Ga je zelf koekeloeren naar korstmossen? Dan is de kans groot dat je op een stoeptegel het rond dambordje vindt. Daaraan kun je zelfs afmeten hoe lang die stoeptegel er ongeveer ligt.

Het lijkt wel een oude plak kauwgom, maar het is rond dambordje. Die leert ons dat deze klinker in Nieuwegein zo’n twintig jaar geleden is gelegd (Bron: Eline Wester)

Als je eenmaal oog krijgt voor korstmossen, kun je niet meer om ze heen. Dat hopen in elk geval de auteurs van Miniatuurwereld. “Door op zoek te gaan naar al die verschillende korstmossen en ze eens van dichtbij te bekijken, word je je bewuster van het feit dat natuur echt overal om ons heen is.” Korstmossen zijn niet alleen mooi, ze kunnen ook bijdragen aan een prettigere leefomgeving. Zo kunnen ze voor verkoeling zorgen op je dak. “Ga ze dus niet te lijf met de hogedrukspuit, maar laat ze lekker zitten!” Net als een alg en schimmel voordelen hebben van elkaar, kunnen korstmossen en mensen óók voordeel hebben van elkaar. De symbiose tussen alg en schimmel als inspiratiebron voor de symbiose tussen mens en leefomgeving. Eén ding is zeker: wie oog krijgt voor korstmossen, kijkt nooit meer hetzelfde naar boomstammen, stoeptegels en dakpannen.

Wimpermos doet zijn naam eer aan: als je goed kijkt zie je een soort takjes die erg aan wimpers doen denken (Bron: Henk-Jan van der Kolk)

Meer weten?