Fijnstof

Wat is fijnstof?

Fijnstof is een verzamelnaam voor de kleine deeltjes in de lucht. Een deel van het fijnstof komt van natuurlijke bronnen zoals opwaaiend stof en zeezout. Bijna 75- 80% van de hoeveelheid fijnstof in de lucht wordt veroorzaakt door menselijk handelen. Zo ontstaat fijnstof onder andere bij de verbrandingsprocessen in de industrie en het verkeer, bij het overslaan van bulkgoederen, in de veehouderij en door houtkachels en sigarettenrook.

De Engelse term is Particulate Matter (PM). Deeltjes die kleiner zijn dan 10 micrometer (1 micrometer is duizend keer kleiner dan 1 millimeter), worden PM10genoemd. De deeltjes kunnen verschillen in omvang en grootte en ook in chemische samenstelling. Deeltjes die kleiner zijn dan 2,5 micrometer, worden PM2,5 genoemd. De laatste tijd richt de aandacht zich steeds meer op de nog kleinere deeltjes (ultrafijnstof) omdat deze schadelijker blijken dan PM10 en PM2,5 deeltjes. De figuur laat zien dat de effecten bij de mens afhangen van de grootte van de deeltjes.

Roet

Roet is een onderdeel van fijnstof; het ontstaat als ultrafijn stof samenklontert. Het ontstaat bij (onvolledige) verbranding van diesel en andere brandstoffen. Steeds meer dieselauto's hebben een filter, waarmee roet effectief wordt afgevangen. De verwachting is dan ook dat de hoeveelheid roet in de lucht de komende jaren verder daalt. Houtkachels worden waarschijnlijk de belangrijkste bron van roet, nu de bijdrage van verkeer afneemt.

Fijnstof is ongezond

Fijnstof is schadelijk voor de gezondheid. In Nederland overlijden mensen enkele dagen tot maanden eerder door kortdurende blootstelling aan fijnstof. Het gaat vooral om ouderen en mensen met hart-, vaat- of longaandoeningen. Er is geen veilig niveau: fijnstof is ook schadelijk in lage concentraties. De omvang van de effecten is dan wel minder dan bij hogere concentraties.

De grootte van de verschillende soorten fijnstof en waar ze in het lichaam terechtkomen (Bron: Gezondheidsraad).

Laatst bewerkt: 29 oktober 2018

Trend

De gemeten jaargemiddelde hoeveelheden fijnstof in de lucht zijn de afgelopen 20 jaar gehalveerd door maatregelen bij verkeer, industrie en de energiesector. In 2016 werd de grenswaarde voor fijn stof op sommige plekken, bij grote veebedrijven, nog overschreden.

Gezondheidseffecten fijnstof

Kortdurende (gedurende één of meerdere dagen) hoge blootstelling aan deeltjesvormige luchtvervuiling, gaat gepaard met effecten op de gezondheid van mensen die er gevoelig voor zijn. Denk aan hoesten en benauwdheid en verergering van luchtwegklachten en tijdelijke longfunctiedalingen. Kinderen, ouderen en mensen met bestaande luchtwegaandoeningen of met hart- en vaatziekten behoren tot de gevoeligste groepen (zie figuur). De klachten verdwijnen meestal weer zodra de concentratie van fijnstof in de lucht daalt. Ook wordt er een relatie gezien met verhoogde dagelijkse sterfte aan hart- en vaatziekten en luchtwegziekten.

Omdat de fijnstof-niveaus sinds begin jaren negentig dalen, neemt ook de vroegtijdige sterfte door een kortdurende piekblootstelling sinds die tijd af. Begin jaren negentig overleden er per jaar naar schatting ruim 3000 mensen voortijdig als gevolg van een kortdurende piekblootstelling aan fijnstof, in 2013 waren dat er circa 1600 . Het gaat vooral om ouderen en mensen met hart-, vaat- of longaandoeningen (Bron Compendium voor de Leefomgeving).

Langdurige blootstelling aan fijnstof kan leiden tot gezondheidseffecten zoals verminderde longfunctie en verergering van luchtwegklachten. Mensen kunnen ook vroegtijdig overlijden door met name luchtwegklachten en hart- en vaatziekten. Nederlanders hebben door langdurige blootstelling aan fijnstof een verminderde levensduur van circa 9 maanden in vergelijking met een fijnstof-vrije omgeving. Dit is een gemiddelde: sommige mensen zullen minder invloed ondervinden en andere meer. Gezondheidseffecten, zoals een verminderde longfunctie, herstellen waarschijnlijk als mensen verhuizen naar een gebied met schonere lucht.

Gezondheidseffecten ultrafijnstof

Er wordt steeds meer gekeken naar nog kleinere stofdeeltjes, die onderdeel zijn van PM10. Ultrafijnstof bestaat uit stofdeeltjes die kleiner zijn dan 0,1 micrometer (PM0,1). Vermoed wordt dat deze kleinere deeltjes schadelijker dan PM10 en PM2,5 zijn, omdat ze dieper in de longen kunnen doordringen. Er wordt onderzoek naar gedaan in de omgeving van Schiphol.

Gevoelige groepen voor fijnstof (Bron: Gezondheidsraad).

Laatst bewerkt: 29 oktober 2018

De jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 is 40 µg/m³. De advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie is twee keer zo laag. Lees meer hierover op de beleidspagina van het overkoepelende thema Lucht.

Laatst bewerkt: 29 oktober 2018

Wat u zelf kunt doen tegen luchtvervuiling

U kunt ook zelf luchtvervuiling of de effecten daarvan beperken. U kunt bijvoorbeeld kiezen voor milieuvriendelijk vervoer of voor een fietsroute langs minder vervuilde gebieden. U kunt ook besparen op het energieverbruik in huis of u kunt het stoken van vuurtjes in de tuin beperken. Milieu Centraal geeft praktische tips over hoe u zelf eventuele gezondheidsschade door luchtvervuiling kunt verminderen.

Wat beleidsmakers kunnen doen

Beleidsmakers kunnen werken aan minder luchtvervuiling door bijvoorbeeld fietsbeleid, autoluwe binnensteden, milieuzones en elektrisch vervoer. Rotterdam zet bijvoorbeeld in op minder verkeer door de maastunnelcorridor en Amsterdam op elektrische taxi's. De Gids Gezonde Leefomgeving biedt informatie en werkvormen om (samen te) werken aan een gezonde leefomgeving. Daar vindt u ook meer voorbeelden uit de praktijk.

Houtkachels en/of vuur in de tuin

Een houtkachel in huis of een vuur stoken in de tuin kan leuk en gezellig zijn. Vuur kan echter veel overlast en luchtvervuiling veroorzaken. Milieu Centraal zet op een rij wat wel en niet mag, en wat u kunt doen als u last heeft van andermans vuur.

Zelf meten

U kunt de luchtvervuiling ook zelf meten, nu er verschillende goedkope ‘sensoren' verkrijgbaar zijn. Het RIVM heeft een ‘samen meten' website ingericht om ervaringen en resultaten te delen. Ook wordt ingegaan op vragen zoals: ‘hoe meet je het best', ‘wie zijn er nog meer met deze methoden bezig' en ‘wat kun je leren van de meetresultaten'?

Laatst bewerkt: 29 oktober 2018