Wateroverlast scooter rijdt door plas

Eind januari schreef Correspondent-medewerker Rutger Bregman de brief ‘Het water komt’. Deze is gericht aan alle Nederlanders. Hij wil de Nederlandse bevolking wakker schudden. Er moet iets gebeuren en wel nu! Een nieuwe kaart op de Atlas geeft een beeld van de waterkeringen die Nederland beschermen tegen het water. Hoe goed is Nederland beschermd tegen het water? 

Het hoofdpersonage in Bregmans brief Het water komt is Johan van Veen, een rijksambtenaar bij Rijkswaterstaat. Deze man voorspelde de Waternoodramp van 1953. Niet een keer, maar 20 jaar lang. Mensen zagen hem als paniekzaaier en Van Veen werd niet gehoord. Zijn Deltaplan lag op 29 januari op het bureau van Jacob Algera, de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat. 48 uur later braken de dijken. Nieuwe tijden bieden nieuwe uitdagingen. Nu kampen we met klimaatverandering waardoor de zeespiegel mogelijk sneller stijgt dan verwacht. Volgens Bregman zijn drastische maatregelen nodig waarbij het huidige Deltaprogramma verbleekt. In Trouw reageert Roderick van der Wal, hoogleraar Zeespiegel en invloed op de kust, op het pamflet. Zelf zou hij dichter bij de feiten blijven. Maar wat zijn die feiten en wat zien we op de kaarten in de Atlas?   

Waar wordt het nat?

Volgens Bregman woont bijna 70% van Nederland in een overstromingsgevoelig gebied. Hij vergelijkt de Randstad met een enorme badkuip. Elk jaar zakt een deel van de Randstad verder weg, terwijl het water stijgt. Op de kaart Maximale waterdiepte bij een overstroming zien we naar welke hoogte het water maximaal kan stijgen bij een overstroming vanuit zee, meren of de grote rivieren (primaire keerkringen). Hoe donkerder de kleur, hoe hoger het water kan komen. Het is interessant om deze kaart te combineren met de kaart Bevolkingskernen. Dan zien we welke gebieden in Nederland waar veel mensen wonen, onder druk komen te staan bij een overstroming. We zien dat de Randstad inderdaad het grootste risicogebied is in Nederland.

Het hangt af van de waterstand en de plek van de dijkdoorbraak hoe hoog het water kan komen. Voor deze kaart zijn computerberekeningen uitgevoerd van verschillende dijkdoorbraken. Voor elke locatie is gekeken wat de maximale waterhoogte was. De donkere gebieden overstromen bij een dijkdoorbraak niet allemaal tegelijk.  

Maximale waterdiepte bij overstroming


Hoe is Nederland beschermd tegen het water?

De nieuwe kaart Ligging en normen primaire waterkeringen toont de waterkeringen die Nederland beschermen tegen het water uit rivieren en uit de zee. Waterkeringen zijn dijken, dammen of duinen. De verschillende kleuren geven aan hoe groot de overstromingskans is. Hoe hoger het getal na de dubbele punt, hoe beter de kering beschermt. De getallen staan voor de nieuwe normeringen voor primaire waterkeringen. Deze staan in artikel 2.2 van de Waterwet. De nieuwe normen hangen af van de kans én de gevolgen van een overstroming. De dijken met de hoogste normen liggen op plekken die het meeste bescherming nodig hebben. Bijvoorbeeld omdat er heel veel mensen wonen. Of om andere redenen.

Dit zien we terug op de kaart. De dijk met de hoogste norm in Nederland (1:1.000.000) ligt rondom de kerncentrale in Borssele. De Randstad is het economische hart van Nederland en het is een regio waar veel mensen wonen en waar het overstromingsrisico hoog is. Maar het is ook een regio die goed wordt beschermd. In het plaatje hieronder zie je dat de dijken een roze en donkerrode kleur hebben. Ze bieden dus veel bescherming.   
 

Randstad op kaart Ligging en normen primaire waterkeringen


Het gaat hier om normen. Het doel van het Deltaprogramma is dat uiterlijk in 2050 alle dijktrajecten voldoen aan deze veiligheidsnorm. Op de website Landelijk Veiligheidsbeeld van het Waterveiligheidsportaal kunt u dit traject volgen.  

KNMIKoninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut’14 scenario’s

De nu in Nederland gebruikte Deltascenario’s gaan uit van de KNMI’14 scenario’s. Deze gaan er van uit dat de zeespiegel maximaal 0,4 meter is gestegen in 2050 en maximaal 1 meter in 2100 (ten opzichte van 1995). Recente signalen en inzichten over een mogelijk extra versnelde zeespiegelstijging door het mogelijk afbreken van een ijskap in Antarctica zijn hierin niet meegenomen. Het KNMI maakte wel projecties voor zeespiegelstijging tot het jaar 2100. Hierin zijn de nieuwe nog onzekere inzichten over Antartica wel meegenomen. Tot 2050 verschillen die projecties nauwelijks van de bovenwaarde van de Deltascenario’s. Daarom verwacht het KNMI een versnelde zeespiegelstijging op z’n vroegst in 2050. Dit stelt ze in een special over de zeespiegelstijging.

Na 2050

Na 2050 gaan de KNMI scenario’s sterk verschillen van de Deltascenario’s. Ook neemt de onzekerheidsmarge toe, vooral aan de bovenkant. Voor 2100 gaan de Deltascenario’s uit van een stijging tussen 0,35 meter en 1,0 meter. In de nieuwe scenario’s acht het KNMI een zeespiegelstijging van 0,3 tot maximaal 2,0 meter mogelijk. Dat wil zeggen, als de Parijs-doelen van maximaal 2°C opwarming in deze eeuw worden gehaald. Bij een sterkere opwarming van de aarde (met 4°C in 2100) kan dit oplopen tot 2,0 meter (middenwaarde) en maximaal 3,0 meter (bovenwaarde) in 2100. Na 2100 kan deze extra versnelde zeespiegelstijging doorzetten tot 5 en mogelijk 8 meter in 2200.

Stijgsnelheid per jaar ook belangrijk

Niet alleen de absolute stijging van de zeespiegel is belangrijk, maar ook de stijgsnelheid per jaar. Dit heeft te maken met de hoeveelheid zand en sediment die per jaar nodig is om de kustlijn te kunnen handhaven. Als die snelheid groot is, kan dit problemen opleveren, ook voor de Waddenzee. De zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust is momenteel circa 2 mm/jr. In de Deltascenario’s loopt deze snelheid op naar 10 mm/jaar rond 2050 tot maximaal 14 mm/jaar in 2100. Bij de extra versnelde zeespiegelstijging kan deze laatste snelheid al bereikt worden rond 2050. Daarna loopt deze op tot circa 20-35 mm/jaar rond 2070 en tot mogelijk zelfs 60 mm/jaar of meer aan het einde van deze eeuw.

De situatie nu

De gemiddelde zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust is in de afgelopen 100 jaar circa 2 mm per jaar. Dit is vergelijkbaar met het wereldgemiddelde. De afgelopen jaren gaat wereldwijd de stijging van de zeespiegel sneller dan 2 mm per jaar. Die versnelling ziet het KNMI aan de Nederlandse kust nog niet. Toch verwacht het KNMI dat de zeespiegel ook in Nederland steeds sneller zal stijgen. In 2021 publiceert het KNMI de nieuwe scenario’s. Naar verwachting worden de schattingen voor zeespiegelstijging aan de Nederlandse kust naar boven bijgesteld.

Wat is nodig?

Onderzoek is volgens Deltares nodig om op tijd maatregelen te nemen. Voor de waterveiligheid in Nederland, maar ook om de zoetwatervoorziening en leefbaarheid te garanderen. Zo zal er steeds meer zand nodig zijn om de kustlijn te handhaven. Ook zal de verwachte levensduur van grote kunstwerken als de Oosterscheldekering en de Maeslantkering sterk afnemen. Verder gaan stormvloedkeringen vaker sluiten en zullen uiteindelijk helemaal dicht blijven. Dat zijn maar een paar gevolgen.  

In 2019 startte het Kennisprogramma Zeespiegelstijging om de onzekerheden over de zeespiegelstijging voor Nederland zoveel mogelijk te verkleinen.
Ook verkent het Kennisprogramma wat de handelingsperspectieven voor de verre toekomst zijn en welke besluiten hiervoor al op korte termijn nodig zijn. Het Deltaprogramma richtte een signaalgroep op. Deze adviseert op basis van de laatste wetenschappelijke en maatschappelijke inzichten of de te volgen strategie moet worden bijgesteld.

Allerslechtse scenario

In zijn vlammende pamflet gaat Rutger Bregman uit van het allerslechtste scenario. Maar zoals hierboven blijkt, ook Deltares en KNMI sluiten dit scenario niet uit. Zo stelt Deltares: Dat de zeespiegel de komende eeuw en ook daarna blijft stijgen, is zeker. Onzeker is echter hoeveel en met welke snelheid dit zal gaan gebeuren. Dit hangt onder meer af van de emissies van broeikasgassen en dus ook van het internationale klimaatbeleid.’

Hoe kun jij helpen?

Aan dat internationale klimaatbeleid kan de Nederlander niets veranderen. Maar alle kleine beetjes helpen om de emissies van broeikasgassen terug te dringen. Kijk in de Klimaatklappers bij Milieu Centraal hoe jijzelf het verschil kan maken voor het klimaat. En mocht het toch zover komen, kijk op de Atlas-kaart Droge verdiepingen waar je droge voeten kunt houden bij een overstroming.