Binnenmilieu

Mensen zijn gemiddeld 85% van hun tijd binnen, waarvan 70% in hun eigen woning. Omdat veel tijd binnenshuis wordt doorgebracht moet deze ruimte ook gezond zijn. Denk hierbij aan stoffen in de lucht, de luchtvochtigheid of de hoeveelheid straling. Al deze aspecten vallen onder de noemer binnenmilieu. Het binnenmilieu wordt onder andere beïnvloed door het type gebouw, de bouwmaterialen, inrichting, ventilatie, ligging (grondwater, zonnestand), het aantal bewoners, hun gedrag (roken, hobby's, huisdieren), het weer en de buitenlucht. Er zijn allerlei verschillende soorten schadelijke stoffen die in het binnenmilieu vrijkomen. Bij onvoldoende ventilatie hopen deze stoffen zich op, waardoor de concentraties binnen vaak hoger zijn dan buiten.

Chemische stoffen

Chemische stoffen komen terecht in huisstof door bijvoorbeeld slijtage van producten en inloop van verontreinigende bodem. Voorbeelden hiervan zijn metalen, vlamvertragers, weekmakers, Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK's) en asbest. Er zijn ook stoffen die vrijkomen bij de verwerking of gebruik binnenshuis. Bij het gebruik van schoonmaakmiddelen en verf kunnen er ongezonde vluchtige organische stoffen (VOS) vrijkomen.

Vocht, schimmels en allergenen

Vocht- en schimmelproblemen komen vooral voor in woningen die zijn gebouwd voor 1992. Vocht in gebouwen hoeft niet alleen in de lucht te zitten, maar kan ook in bouwmateriaal, meubels of pleisterwerk aanwezig zijn. De dingen die mensen in huis doen beïnvloeden sterk de hoeveelheid vocht in huis. Denk aan koken, de vaatwasser draaien, douchen, wassen/drogen van kleding, maar ook ademen en transpireren. Een gevolg van te veel vocht in huis is dat schimmels sneller groeien, waardoor mensen luchtwegklachten of allergieën kunnen krijgen.

Allergenen zijn stoffen die allergische reacties kunnen veroorzaken. In het binnenmilieu zijn allergenen afkomstig van huisstofmijt, (huis)dieren, schimmels en pollen. Van de klachten die GGD'en krijgen, heeft 10% betrekking op schimmel- en vochtproblemen in woningen.

Radon

Radon is een radioactief gas dat van nature uit de bodem vrijkomt. Daarnaast zit het in bouwmaterialen zoals beton, baksteen en natuursteen. Radon komt dus van nature in het binnenmilieu voor. Omdat radon radioactief is, vervalt het in andere versies radon. Deze versies (ook wel vervalproducten genoemd) kunnen zich binden aan stofdeeltjes en daarom ook ingeademd worden. Eenmaal ingeademd geven de deeltjes straling af in het lichaam wat kan leiden tot longkanker. De concentraties in Nederlandse huishoudens zijn over het algemeen ver beneden de richtlijnen die de EU hanteert voor radon. Gemiddeld is de concentratie 13,5 Bq/m3 lucht en de richtlijn zit op 400 Bq/m3.

Verbrandingsproducten

Het bekendste verbrandingsproduct dat vrijkomt bij een onvolledige verbranding is koolmonoxide. Koolmonoxide is een giftig, maar geurloos gas. Wanneer koolmonoxide vrijkomt is er vaak sprake van verkeerde of kapotte afzuiging.  Denk hierbij aan het gasfornuis, de kachel, de open haard, de geiser of cv.

Ook fijnstof kan binnenshuis vrij komen. De belangrijkste bron is tabaksrook. Daarnaast komt fijnstof vrij bij het koken, gebruik van de open haard en bij stofzuigen.

Laatst bijgewerkt 12 juli 2018

Hier komen binnenkort kaarten over het subthema binnenmilieu.

Buiten de Atlas Leefomgeving zijn de volgende kaarten te vinden:

Omdat mensen steeds meer tijd binnen doorbrengen is het belangrijk dat het binnenmilieu de gezondheid niet schaadt. Er bestaat zelfs een term voor aan binnenmilieu gerelateerde ziektes: het ‘sick building syndrome'.

Chemische stoffen

Een aantal van de chemische stoffen die binnenshuis vrijkomen, kunnen mensen inademen of opnemen via de huid. In het lichaam kunnen korte en lange termijn gezondheidseffecten optreden, zoals irritatie aan de huid, ogen of luchtwegen, maar ook verstoorde ontwikkeling van het zenuwstelsel en (long)kanker.

Vluchtige organische stoffen (VOS) hebben over het algemeen een remmend effect op het centrale zenuwstelsel. Dit uit zich bij toenemende dosis in onder meer hoofdpijn, lusteloosheid, duizeligheid en bewusteloosheid.

Vocht, schimmels en allergenen

Vocht en schimmels in huizen en gebouwen verhogen de kans op luchtwegklachten als niezen, hoesten en piepende ademhaling. Bij mensen met astma kan blootstelling aan een vochtige of schimmelige woning astmasymptomen verergeren.

Blootstelling aan allergenen, zoals huisstofmijt en schimmel, kunnen ook allergische reacties en een allergie veroorzaken. Aan de andere kant, als jonge kinderen worden blootgesteld aan dit soort allergenen kunnen zij juist weerstand opbouwen en hebben zij juist minder last van allergieën.

Radon

Straling van ingeademde vervalproducten van radon beschadigt het longweefsel. Dit verhoogt het risico op longkanker. Hoe groot de kans op longkanker is, hangt af van de tijd en mate dat iemand aan radon is blootgesteld. Er is geen drempelwaarde waaronder de kans op longkanker nul is. (Mee)Rokers lopen extra gevaar. Dit komt, omdat er door roken meer stofdeeltjes in het binnenmilieu vrijkomen, waar de vervalproducten zich aan kunnen binden. En omdat de schadelijke gezondheidseffecten van tabaksrook en radon elkaar versterken.

Verbrandingsproducten

Over de gezondheidseffecten van fijn stof dat voorkomt in het binnenmilieu is weinig bekend. De verwachting is dat deze grotendeels overeen komen met de gezondheidseffecten van fijnstof in de buitenlucht.

Bij het inademen van koolmonoxide blijft er geen ruimte over voor het lichaam om zuurstof op te nemen in het bloed. Hierdoor raakt het bloed langzaam verzadigd met koolmonoxide waardoor het lichaam langzaam uitschakelt. De eerste klachten zijn hoofdpijn, vermoeidheid en duizeligheid. Een hoge concentratie koolmonoxide kan leiden tot verlies van bewustzijn en overlijden.

Voordeel van gezond binnenmilieu

Wetenschappelijke studies op het gebied van binnenmilieu richten zich veel op het binnenmilieu in scholen en gebruiken daarbij koolstofdioxide als maatstaf voor de kwaliteit van het binnenmilieu. Koolstofdioxide (CO2) ademen we uit en hierdoor neem de concentratie in een ruimte snel toe indien niet wordt geventileerd. Onderzoek van TNO laat bijvoorbeeld zien dat leerlingen beter presteren wanneer actief wordt geventileerd en CO2-concentraties laag blijven. Ook Deense studenten die in een slaapkamer sliepen waar het raam open stond en de lucht werd ververst, bleken de volgende dag een beter concentratievermogen te hebben.

Laatst bijgewerkt 12 juli 2018

Gezonde woningbouw

In het Bouwbesluit 2012 staan een aantal voorschriften waar aan moet worden getoetst uit het oogpunt van gezondheid van een gebouw. Hier staat bijvoorbeeld in beschreven dat een gebouw een uitwendige scheidingsconstructie moet hebben tegen geluid. En dat in- en uitwendige scheidingsconstructies aan bepaalde lucht- en waterdichtheidkwaliteiten moet voldoen, dat ruimtes en voorzieningen moeten kunnen worden geventileerd en dat er een bepaalde hoeveelheid daglicht beschikbaar moet zijn.

Voor het binnenmilieu zijn er diverse GGD-richtlijnen opgezet waaronder de Gezonde woningbouw (2007) richtlijn waarin maatregelen gedefinieerd staan gericht op:

  • Het minimaliseren van de invloed van buitenluchtverontreiniging en omgevingslawaai door het toepassen van bouwkundige maatregelen;
  • Het voorkomen van een slechte kwaliteit van het binnenmilieu door de aanpak van bronnen uit bouw- en afwerkingsmaterialen;
  • Het verbeteren van de binnenmilieukwaliteit door de afvoer van schadelijke stoffen via ventilatievoorzieningen.

Laatst bijgewerkt 12 juli 2018

Het is belangrijk om regelmatig en goed te ventileren, om daarmee vocht, chemische stoffen, radon en verbrandingsproducten in gebouwen te verwijderen. Zorg voor voortdurende aanvoer van frisse lucht via open (kiep)raampjes en/of ventilatieroosters; en zorg dat lucht door je huis kan stromen, via ruimte onder de binnendeuren of roosters in binnendeuren en –muren.

Zorg daarnaast voor regelmatig onderhoud van geisers, boilers en cv-ketels. Laat ook, indien aanwezig, de schoorsteen minstens één keer per jaar vegen.

De juiste luchtvochtigheid

Om schimmel- en vochtproblemen in huis tegen te gaan, is een luchtvochtigheid tussen de dertig en zeventig procent aan te raden. Signalen van teveel vocht in huis zijn onder andere condens op ramen, rottend hout of een muffe/bedompte geur. Schimmels op gladde oppervlakten zijn eenvoudig te verwijderen. Gebruik tijdens het koken de afzuiginstallatie en/of zet een raam in de keuken open. En ventileer ook tijdens het douchen om vocht in huis te verminderen. Door regelmatig de verwarming aan te hebben, kan vocht in huis ook beter verdampen.

Radon en koolstofmonoxide

Omdat radon van nature voorkomt in beton, baksteen en natuursteen kan naast ventileren ook alternatief bouwmateriaal worden gebruikt zoals hout, glas en staal om radonconcentraties in huis te verminderen. Om acute problemen met koolmonoxide (CO) op te sporen zijn er speciale CO-melders die afgaan bij een te hoge concentratie koolmonoxide.

Let bij het uitzoeken van (mechanische) ventilatie op dat het systeem niet te veel geluid maakt. Geluidshinder kan anders een probleem worden.

Laatst bijgewerkt 12 juli 2018