Iedereen wil het liefst zo schoon mogelijke lucht inademen. Dat is belangrijk voor onze gezondheid.. Maar door verkeer en industrie ademen we ook stoffen in die schadelijk kunnen zijn, zoals fijnstof en het gas stikstofdioxide (NO2). Ook landbouw en huishoudens veroorzaken luchtvervuiling. Denk aan bijvoorbeeld houtrook. Een deel van de luchtvervuiling in Nederland afkomstig uit het buitenland. Vice versa belandt een deel van onze luchtvervuiling in het buitenland. Mensen kunnen zieker worden of eerder sterven door het inademen van luchtvervuiling.

Stikstofdioxide (NO2)                                                               Fijnstof (PM10)

 













 

Langs grote wegen en in stadscentra zijn de concentraties stikstofdioxide het hoogst.  Op de kaart voor fijnstof kun je plekken met grote veestallen en veel industrie herkennen, wat –naast verkeer- belangrijke bronnen zijn.

Grenswaarden

Om de schadelijke werking van luchtvervuiling te beperken, stelt de overheid grenswaarden voor de een aantal (mengsels van) stoffen . Er zijn maatregelen genomen om deze grenswaarden te halen . Daardoor is de uitstoot van schadelijke stoffen sinds 1990 flink afgenomen. Op de meeste plekken  voldoet  Nederland nu aan de grenswaarden. Maar ook bij niveaus onder de grenswaarde kunnen gezondheidsklachten verergeren. Daarom wordt er nog steeds gewerkt aan schonere lucht.

Geurhinder

Hoe schoon de lucht is kun je meestal niet direct zien of ruiken, behalve als de buren bijvoorbeeld net de barbecue aansteken of als er een oude scooter voorbij komt. Dat kan niet alleen geurhinder geven maar ook acute gezondheidsklachten of ongerustheid daarover.

Houtrook

Geurhinder door activiteiten van de buren komt het meeste voor. Daaronder vallen barbecues, vuurkorven, open haarden en allesbranders. De overlast gaat vaak gepaard met hinder door burenlawaai.  Er zijn verschillende manieren bedacht om de overlast te verminderen. Bekijk daarvoor de themapagina Houtrook: wat kan ik doen om overlast te voorkomen.

Veebedrijven en industrie

Grote veestallen, mest uitrijden en industrie geven soms ook een vieze geur, al is hinder daarvan landelijk gezien afgenomen. Toch kan het op bepaalde plekken en momenten nog steeds een probleem zijn.  Last van stank? Bekijk dan de tips op onze themapagina om overlast te verminderen.

Hoe schoon is de lucht nu?

Het RIVM en andere partijen meten op verschillende plekken continu de luchtvervuiling. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu gebruikt de metingen om te berekenen hoe de luchtkwaliteit in heel Nederland is. Er worden ook voorspellingen gedaan voor morgen en overmorgen. De Atlas heeft kaarten voor fijnstof, stikstofdioxide en ozon apart, maar ook voor het mengsel van deze stoffen. Dat is de zogenaamde ‘luchtkwaliteitsindex', die aangeeft of deze goed, matig, onvoldoende of slecht is voor de gezondheid. De index is ontwikkeld om mensen bijtijds te kunnen informeren over mogelijke gezondheidseffecten. Zo weten gevoelige groepen bijvoorbeeld wat een goed moment is om te gaan sporten.

Hoe schoon is de lucht in het algemeen?

We presenteren, naast actuele kaarten, ook kaarten van de gemiddelde hoeveelheid luchtvervuiling per kalenderjaar. Dat doen we op basis van de officiële, rechtsgeldige gegevens. Doordat veel gegevens en controles nodig zijn duurt het meer dan een jaar voordat deze gegevens beschikbaar zijn. De meest recente jaargemiddelde kaarten in deze Atlas zijn dus van 2017.

Gezondheidswinst door schonere lucht

Door luchtvervuiling kunnen luchtwegklachten en hart- en vaatziekten ontstaan en verergeren. Het kan ook longkanker tot gevolg hebben. Vermoedelijk zijn er ook effecten op de ontwikkeling van de foetus, longen en hersenen bij kinderen, diabetes en dementie. Luchtvervuiling levert daarmee een belangrijke bijdrage aan ziekte en sterfte in Nederland. Het is verantwoordelijk voor zo'n 3% van de ziektelast. Dat is ongeveer vergelijkbaar met gezondheidsrisico's van overgewicht en te weinig bewegen.

Nationaal en internationaal zijn veel maatregelen genomen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Deze maatregelen hebben de lucht een stuk schoner gemaakt. Maar ook bij lagere concentraties kan luchtvervuiling tot gezondheidseffecten leiden. De Gezondheidsraad adviseert daarom om de hoeveelheid fijnstof en stikstofdioxide (vooral afkomstig van verkeer) in Nederland verder omlaag te brengen.  De Gezondheidsraad pleit ook voor minder ammoniak, wat bijvoorbeeld vrijkomt bij het uitrijden van mest. Daar kan namelijk fijnstof uit ontstaan. De Gezondheidsraad adviseert om de hoeveelheid fijnstof terug te brengen tot onder de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie, die een stuk lager zijn dan de Europese grenswaarden.

Beschermen gevoelige groepen

De Gezondheidsraad adviseert om mensen die gevoelig zijn voor luchtvervuiling (zie figuur) te beschermen.  Het is daarom goed om rekening te houden met de luchtkwaliteit bij de bouw van nieuwe scholen, kinderdagverblijven en woningen voor ouderen.

 Gevoelig voor luchtvervuiling

Groepen die gevoelig zijn voor luchtverontreiniging (bron: rapport Gezondheidsraad)

Ben jij gevoelig voor luchtverontreiniging?

Om minder last te hebben kun je eventueel je dagelijkse bezigheden aanpassen. Het maakt namelijk uit waar je bent en wat je doet. Check op onze kaart van de luchtkwaliteitsindex hoe schoon de lucht nu is. Bij de kleuren van de kaart horen de volgende adviezen:

Luchtkwaliteit kleurindex

 

Voorbeeld van een zomerse dag in Nederland waarbij de ozonniveaus ongezond hoog waren:

zomerse dag in Nedrland met hoog ozonniveau

 

Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu brengt een waarschuwing uit als smog verwacht wordt. Kijk voor voorspellingen voor de luchtkwaliteit morgen en overmorgen op Luchtmeetnet.
Lees meer over de gezondheidseffecten, grenswaarden en advieswaarden op onze pagina's over de afzonderlijke stoffen fijnstof en stikstofdioxide.

Wet milieubeheer

De luchtkwaliteit moet aan de Europese grenswaarden voldoen. Dat is vastgelegd in de wet Milieubeheer. In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om overschrijdingen van de wettelijke grenswaarden op te lossen. Elk jaar wordt de voortgang gerapporteerd. In het grootste deel van Nederland liggen de berekende concentraties inmiddels onder de grenswaarde. In het grootste deel van Nederland lagen in 2018 de berekende concentraties fijnstof en stikstofdioxide onder de Europese grenswaarden. Plaatselijk zijn er nog enkele overschrijdingen. In verschillende binnensteden komt dit door druk verkeer en op het platteland door veehouderijen. Hierdoor voldoet Nederland nog niet overal aan de Europese grenswaarden.

Schone Lucht Akkoord

Het kabinet heeft de ambitie om samen met decentrale overheden een permanente verbetering van de luchtkwaliteit te bewerkstelligen om gezondheidswinst voor iedereen in Nederland te realiseren. Dit krijgt vorm in het Schone Lucht Akkoord, dat in samenwerking tussen decentrale overheden en het Rijk tot stand zal komen.  Inzet is een permanente verbetering van de luchtkwaliteit. Het doel is om 50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016 te behalen, voor de gezondheidseffecten afkomstig van Nederlandse bronnen.
In de uitvoering worden ook burgers en bedrijven betrokken. Het advies van de Gezondheidsraad 'Gezondheidswinst door schonere lucht', het interdepartementaal beleidsonderzoek en de beleidsdoorlichting van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht zijn de bouwstenen van het akkoord.

Gezondheidsindicator

Er is een grote behoefte om de effecten van beleid in gezondheidswinst te kunnen uitdrukken, en te richten op maximale gezondheidswinst in plaats van het verminderen van lokale knelpunten. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft voorgesteld daar de volgende indicator voor te gebruiken: de mogelijk te behalen (gemiddelde) winst in levensduur door vermindering van blootstelling aan luchtverontreiniging. Mensen leven -gemiddeld genomen- namelijk wat korter door luchtverontreiniging.

Emissieregistratie en bijdrage van verschillende bronnen

Om te kijken of we in Nederland voldoen aan de grenswaarden wordt de luchtvervuiling elk jaar geëvalueerd. Dat gebeurt op basis van de Emissieregistratie die de uitstoot van verontreinigende stoffen naar lucht, water en bodem bijhoudt. Zo geven bedrijven hun uitstoot door en gemeenten de verkeersaantallen op lokale wegen. Vervolgens wordt de hoeveelheid luchtvervuiling berekend. Doordat veel gegevens en controles nodig zijn duurt het meer dan een jaar voordat deze gegevens beschikbaar zijn. Het RIVM heeft voor het kalenderjaar 2016 de gegevens beschikbaar gesteld voor GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst’en zodat zij konden kijken wat  de belangrijkste bronnen zijn per gemeente of buurt.

Ruimtelijke plannen

Het is bij wet vastgelegd dat bij ruimtelijke plannen naar mogelijke effecten op de luchtkwaliteit wordt gekeken. Zo is er beleid voor ‘Gevoelige bestemmingen': beter geen voorzieningen voor kinderen en ouderen bouwen op plekken met veel luchtvervuiling. GGD-en adviseren om geen scholen te bouwen binnen 300 meter van een drukke weg.

De overheid moet rekening houden met verschillende belangen en een afweging maken tussen de bescherming van de volksgezondheid en economische belangen. Sommige plannen sneuvelen door de luchtkwaliteitseisen. Andere plannen vinden wel doorgang, ondanks het feit dat zij de luchtkwaliteit schaden. Als de verschillende partijen er samen niet uitkomen worden plannen ook wel eens voorgelegd aan de Raad van State. Er zijn ook voorbeelden waarbij burgers actief meebeslissen, zoals bij de snelweg A2 in Maarheze.

Adviezen voor minder gezondheidsklachten

  • Hardlopen en fietsen zijn natuurlijk goed voor je. Maar ga liever niet hardlopen of fietsen langs een drukke weg.
  • Ga je verhuizen? Bekijk met ‘check je plek’ eerst de luchtkwaliteit van het huis dat je op het oog hebt.
  • Ventileer niet aan de wegkant van je huis en niet in de spits.
  • Gevoelig voor luchtvervuiling? Bekijk de verwachting voor morgen en overmorgen. Je kunt bijvoorbeeld  ’s middags beter niet buiten gaan sporten als er smog verwacht wordt.  

Zelf meten

  • Je kunt de luchtvervuiling ook zelf meten, nu er verschillende goedkope ‘sensoren’ verkrijgbaar zijn. Bezoek het kennisportaal ‘Samen Meten’ om ervaringen en resultaten te delen. RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu geeft op die website antwoord op vragen zoals ‘hoe meet je het best’, ‘en ‘wat kun je leren van de meetresultaten’
  • Je kunt je ook aansluiten bij anderen die luchtvervuiling meten. Lees bijvoorbeeld eens over de meetprojecten MySense in Noord-Limburg, Hollandse Luchten in Noord-Holland en SMAL in Zeist. Ook in België en Duitsland doen mensen mee.
  • Kinderen vinden het vaak leuk om metingen te doen. RIVM ontwikkelde een lespakket voor meetprojecten op basisscholen.

 

Meetpunten van de overheid en burgers (ga naar dataportaal voor actueel overzicht)

 

Zelf zorgen voor schone lucht

  • Ga zoveel mogelijk lopen, fietsen of met het openbaar vervoer. Dat maakt veel uit voor de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. Toch met de auto? Rijd liever 100 dan 130 km per uur; dan bespaar je ook brandstof.
  • Voor je werk hoef je de deur niet altijd uit. Bij meer thuiswerken is er minder gemotoriseerd verkeer op de weg, zo zagen we tijdens de uitbraak van Covid-19 (Corona).  Vergader via videobellen en werk thuis waar mogelijk.
  • Werk aan energiebesparing in en om uw huis en kantoor. Energieopwekking geeft vaak (nog) luchtverontreiniging.
  • Laat de open haard of vuurkorf uit. Wil je toch een vuurtje maken? Pas dan de 10 stooktips toe en check of het RIVM geen stookalert heeft afgegeven voor jouw provincie. Je kunt ook de stookwijzer checken.
  • Eet minder vlees. Veebedrijven veroorzaken lokaal veel luchtvervuiling

 

Wat beleidsmakers kunnen doen

Beleidsmakers kunnen werken aan minder luchtvervuiling door bijvoorbeeld fietsbeleid, autoluwe binnensteden, milieuzones en elektrisch vervoer. Rotterdam zet bijvoorbeeld in op minder verkeer door de Maastunnel corridor en Amsterdam op elektrische taxi’s. De Gids Gezonde Leefomgeving biedt informatie en werkvormen om (samen te) werken aan een gezonde leefomgeving. Daar vindt u ook meer voorbeelden uit de praktijk.