Droogte wordt veroorzaakt door een hoge verdamping en een tekort aan neerslag. Bij zonnig weer met hoge temperaturen en veel wind verdampt veel vocht. Naast veranderende  weersomstandigheden door klimaatverandering is lokale (grond)wateronttrekking door mensen een oorzaak van droogte.

Door klimaatverandering wordt het warmer, hierdoor zal het in Nederland, met name in het voor- en najaar ook droger worden. In andere tijden van het jaar kan het juist natter worden door klimaatverandering. Ook de luchtvochtigheid neemt door de droogte af. Door de droogte verdampt veel water uit meren, sloten en rivieren.  Zoet water wordt schaars in de zomer terwijl de vraag van verschillende gebruikers toeneemt in deze periodes (bijv. landbouw, koelwater, zwemwater, drinkwater). Dit kan leiden tot verdere verslechtering van de waterkwaliteit.

Verzilting

In de kustgebieden van Nederland wordt door droogte de bodem zouter. Dit proces noemt men verzilting. Niet alle bodemdieren en -planten kunnen met dit zout leven, daarom verandert de samenstelling van de dieren en planten in de bodem en op het land. De drogere bodems vragen om extra water toevoer (irrigatie).  Wanneer dit niet gebeurt zullen gewassen, planten en bomen verdrogen en afsterven. Meer watergebruik door de landbouw zorgt voor druk op drinkwatervoorzieningen. Bij ernstige watertekorten hanteren waterbeheerders de verdringingsreeks voor de verdeling van het beschikbare zoetwater. Hierin staat welke gebruikers bij watertekorten de hoogste prioriteit hebben.

Lage grondwaterstand door droogte

In veengebieden leidt droogte tot bodemdaling, want veen dat in aanraking komt met lucht klinkt in en oxideert. Veen bestaat uit oude plantresten waar veel CO2 in is opgeslagen. Uitdroging van veen is een proces waarbij de opgeslagen CO2 vrijkomt. Hierdoor stijgt de temperatuur op aarde nog meer waardoor het klimaat ook weer meer verandert. Extreme droogte kan veendijken doen bezwijken. Doordat het warmer is zijn ook de bossen droger en is er meer kans op natuurbranden. In 2019 zijn wereldwijd waarschijnlijk het grootste aantal bosbranden in meer dan twintig jaar geweest. Natuurbranden kunnen ook nog eens minder snel worden geblust als bluswatervoorzieningen droog zijn gevallen.

Door droogte krijgt de landbouw last van droogtestress. Hierdoor neemt de opbrengst van de gewassen af. Dit kan leiden tot economische schade voor landbouwbedrijven vanwege vermindering in voedselexport.

Een (te) lage grondwaterstand leidt op sommige plaatsen tot ernstige funderingsproblemen. Zo kunnen funderingen van gebouwen verzakken. Als drooggevallen houten funderingspalen in contact komen met zuurstof in de lucht, gaan ze schimmelen en rotten (paalrot). Bij huiseigenaren kan dit veel stress opleveren, omdat de kosten voor het voorkomen en repareren van paalrot hoog zijn. Vooral oude gebouwen die steunen op houten palen zijn gevoelig voor verlaging van de grondwaterstand.

Bodemdaling

Kust- en deltagebieden hebben te maken met bodemdaling. Terwijl de zeespiegel stijgt, daalt ook de bodem in deze laaggelegen gebieden. Bodemdaling wordt vaak veroorzaakt door menselijk handelen: bijvoorbeeld door de onttrekking van delfstoffen of grondwater, of drainage van slappe klei- en veengronden. Bepaalde gebieden in Nederland vormen hier geen uitzondering op. Door bodemdaling kan er schade ontstaan aan funderingen. Daalt het land ten opzichte van het zee- of rivierniveau, dan neemt het overstromingsrisico toe.

Meer CO2 in de lucht

Door hitte verdrogen veengebieden hierdoor ontstaat een grotere hoeveelheid CO2 in de lucht van de veengebieden. Een verhoogde CO2- en ozonconcentratie kan een toename van de hoeveelheid pollen veroorzaken die planten produceren. Daarnaast neemt ook de hoeveelheid allergenen per pollenkorrel toe.

Luchtkwaliteit

Voor mensen met ernstig astma zijn lange, droge periodes zwaar en risicovol. Een toename van fijnstof in een droge periode is meer belastend. Veel autoverkeer, houtkachels, barbecues en open haarden zijn sterke vervuilers. Door het gebruik van deze vervuilers te minimaliseren kan het fijnstof verminderen, maar ook levend groen kan een positieve bijdrage leveren aan het verminderen van fijnstof.

Als er een langere periode van droog weer is geweest wordt bij het geven van een noodweercode rekening gehouden met verzwakte bomen door droogte. Verzwakte bomen waaien eerder om.

Stof wolken (dust storms)

Stofwolken ontstaan bij een windsterkte hoger dan ongeveer 30 km per uur, fijne deeltjes of stof uit de omgeving wordt dan meegenomen door de wind. Deeltjes die kunnen los komen zijn: stof, grond, zand, micro-organismen zoals bacteriën, sporen of schimmels. Stofwolken zijn korte termijn gebeurtenissen die zich kunnen voordoen na perioden van intense oppervlakteverwarming (bijvoorbeeld droogte of brand) op onbedekte (landbouw)bodem of tijdens een koud periode wanneer de bodem bevroren is. Stofwolken kunnen het zicht verminderen in het verkeer. Mensen kunnen last krijgen van hun longen als ze stof inademen. Bij zo’n stofwolk verdwijnt de vruchtbare laag van de bodem, waardoor economische schade in de landbouw kan ontstaan.

Toename wateroverdraagbare ziekten

Uitbraken van infectieziekten worden vaak veroorzaakt door zware regenval, in het bijzonder na perioden van grote droogte. Door afspoeling van mest en riooloverstorten kan het oppervlaktewater en grondwater worden besmet met verontreinigingen uit mest en riool. Ook stoffen in het oppervlaktewater zelf kunnen zich gaan concentreren na periodes van droogte waardoor de waterkwaliteit achteruitgaat. Dit kan weer gevolgen hebben voor drinkwatervoorzieningen.

De waterkwaliteitscheck kan worden gebruikt om bestaande initiatieven door te lichten. Daarnaast is de waterkwaliteitscheck geschikt om de oorzaak van opgetreden gezondheidsproblemen of uitbraken van ziekten uit te zoeken.

Transportbeperking door oververhitting van elektriciteitskabels

Bij ondergronds elektriciteitstransport komt warmte vrij. Wanneer hoge voltage kabels boven de grondwaterspiegel komen te liggen, kan onvoldoende warmte worden afgegeven en wordt soms om oververhitting te voorkomen het transport beperkt. Dit kan leiden tot stroomtekort in gebieden tijdens lage grondwaterstanden.

Wat doet de overheid?

Om de gevolgen van periodes van droogte te verminderen, neemt de overheid maatregelen, om water vast te houden, water aan te voeren en minder water te gebruiken.

Vast houden van water

In bebouwd gebied legt de overheid meer groen en waterdoorlatende stroken langs wegen aan. Zo kan regenwater de grond in zakken in plaats van in het riool stromen en bouwt de bodem een voorraad op voor droge periodes.

Via stuwen in beken en sloten zorgen waterschappen dat water niet wegstroomt. In heel droge periodes worden soms vispassages afgesloten, om te voorkomen dat de geringe hoeveelheid water die nog aanwezig is, wegstroomt via de vispassage.

Water verdelen en aanvoeren

In droge periodes voeren de waterbeheerders zoet water aan, uit rivieren en uit het IJsselmeer. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de waterschappen en de provincies bepalen gezamenlijk waar het beperkt beschikbare water heen gaat. Daarvoor is een zogenaamde ‘verdringingsreeks' opgesteld. Hierin staat welke gebruikers bij watertekorten de hoogste prioriteit hebben.

Minder water

De overheid kan boeren en particulieren verbieden om te sproeien. Ook waterbeheerders zelf kunnen water besparen, bijvoorbeeld door minder vaak sluizen te bedienen.

Deltaprogramma zoetwater

De overheid verwacht dat er in de toekomst vaker problemen met droogte zullen optreden, omdat de vraag naar zoetwater toeneemt en het klimaat verandert. Daarom heeft de overheid als onderdeel van het Deltaprogramma een deltabeslissing Zoetwater opgesteld. Door de deltabeslissing is er meer duidelijkheid over de beschikbaarheid van water. Ook worden er maatregelen genomen om betrouwbaarder water aan te kunnen voeren en minder water te gebruiken.

Thuis en in de woonomgeving kunnen maatregelen genomen worden om gezond te blijven bij een droger klimaat:

  • Neem maatregelen bij extreem droog weer. Houdt het nieuws in de gaten of het hitteplan geldt op warme dagen.
  • Vermijd met droog weer autoverkeer, houtkachels, barbecues en open haarden dit zijn sterke vervuilers.  Vooral met droog weer hebben mensen met longproblemen daar meer last van.
  • Probeer water vast te houden in de tuin, dit water kan in drogere tijden gebruikt worden. Onverhard en beplant oppervlak verdampt water. Dit is de beste koeling voor de omgeving. Dit kan door de tuin klimaatbestendig in te richten
  • Zorg voor een gezonde bodem zodat deze weerbaar is tegen klimaat extremen zoals droogte.
  • Bespaar water in de tuin.