Met erfgoed bedoelen we sporen uit het verleden die aanwezig zijn in onze huidige tijd. We onderscheiden binnen het erfgoed immaterieel erfgoed (gebruiken, gewoonten en verhalen) en  materieel erfgoed (gebouwen, natuurgebieden en landschappen, maar ook boeken en kunstwerken). Voertuigen behoren tot het mobiele erfgoed. In de Atlas Leefomgeving vindt u bij het thema Erfgoed uitsluitend informatie over het onroerend erfgoed, omdat dit op de kaart te vinden is.  

Rijksmonumenten, provinciale en gemeentelijke monumenten

Gebouwen maken deel uit van het materiële erfgoed. Een voorbeeld van zo’n gebouw is de vanaf 1254 gebouwde Domkerk in Utrecht met de hoogste kerktoren van Nederland. De Domkerk is één van de 63.000 rijksmonumenten die Nederland telt (zie Rijksmonumentenregister). Rijksmonumenten zijn gebouwde of aangelegde objecten of archeologische terreinen die behouden moeten blijven vanwege hun schoonheid, cultuurhistorische waarde of wetenschappelijke betekenis. De grootste concentratie van gebouwde rijksmonumenten is in de Randstad en in steden als Maastricht, Leeuwarden, Breda en Middelburg.
Naast rijksmonumenten zijn er ook provinciale monumenten en gemeentelijke monumenten. Provinciale monumenten maken deel uit van een provinciale monumentenlijst. Dit kunnen panden zijn, maar ook dijken of grenspalen. Alleen de provincies Noord-Holland en Drenthe hebben momenteel provinciale monumenten, 528 in Noord-Holland en 295 in Drenthe.  Gemeenten kunnen besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Eind 2015 waren er volgens de Erfgoedmonitor meer dan 55.000 gemeentelijke monumenten.

Archeologische (rijks)monumenten

Archeologische rijksmonumenten zijn terreinen van hoge archeologische waarde met resten, voorwerpen of andere sporen van mensen uit het verleden. Deze kunnen zichtbaar zijn, zoals grafheuvels, terpen en hunebedden. Maar het grootste deel van de archeologische monumenten in Nederland ligt onder het oppervlak, bijvoorbeeld in de bodem of onder het wateroppervlak. Bijna 49.000 plekken zijn omschreven als archeologische vindplaatsen. Iets minder dan 1500 krijgen bescherming als archeologisch rijksmonument. De meeste archeologische rijksmonumenten bevinden zich in het gebied rond Elspeet in Gelderland, in Drenthe, dat duidelijk wordt beïnvloed door de rijke aanwezigheid van de hunebedden, in Utrecht, in het noorden van Friesland (rond Harlingen en Dokkum) en in het noorden van Groningen (rond Bedum en Delfzijl).

Stads- en dorpsgezichten

Een beschermd stads- of dorpsgezicht is een gebied binnen een stad of dorp met een bijzonder cultuurhistorisch karakter. Door deze bescherming blijft dit karakter behouden. In Nederland zijn er ruim 450 van deze beschermde gebieden.

Werelderfgoed in Nederland

Een voorbeeld van een natuurgebied dat deel uitmaakt van het materiële erfgoed in Nederland is de 7000 jaar oude Waddenzee. Vanwege de enorme diversiteit aan planten- en diersoorten en de bijzondere eigenschappen van het ecosysteem kreeg de Waddenzee zelfs een plek op de UNESCO-Werelderfgoedlijst, een internationale lijst van materieel werelderfgoed. Nederland telt momenteel tien van deze werelderfgoederen die zo belangrijk voor de wereldgemeenschap zijn dat we ze veilig aan toekomstige generaties willen doorgeven. Dit kunnen zowel culturele als natuurlijke monumenten zijn of een combinatie van beide. Naast de Waddenzee staan bijvoorbeeld ook de Van Nellefabriek in Rotterdam, de grachtengordel in Amsterdam en de molens in Kinderdijk op de Werelderfgoedlijst.

Erfgoed is bron van kennis

Wie het verleden kent, kan het heden beter begrijpen. Cultuurlandschappen, monumenten, archeologische vondsten, collecties en tradities vertellen het verhaal van Nederland en vertellen ons iets over wie wij zijn. Erfgoed kan worden gebruikt om het verleden tastbaar, leefbaar en inzichtelijk te maken. Het prikkelt de nieuwsgierigheid naar het verleden en kan als historische bron onderzocht worden. Zo leren de molens van Kinderdijk ons over de geschiedenis van Nederland als land van wateringenieurs. Cultureel erfgoed kan in het onderwijs worden gebruikt om leerlingen te prikkelen en nieuwsgierig te maken naar ons verleden.

Erfgoed verbindt

Erfgoed is geen erfenis die ons overkomt, maar het is wat groepen mensen op persoonlijke, sociaal-maatschappelijke, politieke en economische gronden in het hier en nu cultureel belangrijk vinden. Ons erfgoed bepaalt voor een groot deel onze culturele identiteit. Door die culturele identiteit herkennen we ons in elkaar en hebben we dezelfde referentiepunten. De verhalen die ons aan een bepaalde plek binden, zorgen ervoor dat we trots op zo’n plek zijn. Zonder deze gedeelde culturele identiteit valt de verbintenis tussen mensen weg, terwijl die verbintenis juist nodig is om te bereiken dat mensen zich ergens onderdeel van voelen en zich verbonden voelen met een bepaalde plek en met elkaar. Erfgoed kan de schakel vormen tussen jong en oud en tussen verschillende groepen in de samenleving.

Erfgoed inspireert

Erfgoed kan ook een inspiratiebron vormen voor nieuwe ontwikkelingen. Door historische bebouwing een nieuwe functie te geven, blijft het oude behouden. Denk aan fabrieken en kerken die succesvol worden getransformeerd tot nieuwe, commerciële en publieke bestemmingen. Ook kan door het ‘oppoetsen’ van erfgoed een bepaald gebied opgewaardeerd worden en aantrekkelijker worden als leefomgeving. Dit heeft effect op de woningprijzen en de samenstelling van buurten. 

Samen met de toekomstige Omgevingswet zorgt de Erfgoedwet voor een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed. De Omgevingswet treedt naar verwachting in 2021 in werking.  

De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de nieuwe Omgevingswet is:

  • De omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet.
  • De duiding van erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet.

In de Omgevingswet worden onder meer de volgende zaken ondergebracht:

  • vergunning (archeologische) rijksmonumenten;
  • (aanwijzen) stads- en dorpsgezichten;
  • aanstellen van een monumentencommissie;
  • rekening houden met cultureel erfgoed bij een omgevingsplan;
  • het aanwijzen van provinciale en gemeentelijke monumenten.

Wat betekent dit?

Voor het gebouwde erfgoed betekent dit dat het aanwijzen van rijksmonumenten straks gebeurt op grond van de Erfgoedwet, maar dat de vergunningverlening voor het wijzigen van rijksmonumenten geregeld is in de Omgevingswet. Voor de archeologie staat het certificeringsstelsel en het aanwijzen van archeologische rijksmonumenten in de Erfgoedwet, terwijl de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving (de vergunningverlening en de integratie in de planvorming) in de Omgevingswet is geregeld.  

Nieuw in de Omgevingswet

  • Er wordt een brede definitie van cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving gehanteerd. Het gaat om gebouwde en aangelegde monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten én cultuurlandschappen.
  • De structuurvisie wordt vervangen door de omgevingsvisie. In deze omgevingsvisie staan de ontwikkelingen en ambities voor een grondgebied op lange termijn voor bouwwerken, infrastructuur, cultureel erfgoed, bodem, lucht, natuur en andere aspecten van de fysieke leefomgeving.
  • Het omgevingsplan komt in de plaats van het huidige bestemmingsplan en de gemeentelijke verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan. Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten gebeurt straks ook in het omgevingsplan.
  • Het Werelderfgoed wordt met de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor het eerst expliciet wettelijk verankerd.
  • De gemeente wordt verantwoordelijk voor de vergunningverlening voor het verstoren van archeologische rijksmonumenten, in het geval er sprake is van een meervoudige aanvraag (dus als er ook nog andere omgevingsvergunningen nodig zijn voor samenhangende activiteiten). De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geeft daarover wel een bindend advies.
  • In de Omgevingswet is geregeld dat in het geval van archeologische toevalsvondsten van algemeen belang niet alleen de minister van OCWMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen maar ook de gemeente bodemverstorende werkzaamheden kan stilleggen.
  • De eigenaar van een rijksmonument heeft een instandhoudingsplicht. Hij of zij moet ervoor zorgen dat het monument zodanig wordt onderhouden dat het behoud ervan gewaarborgd is.
  • Het toetsingskader voor een sloopvergunning binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht moet in het omgevingsplan worden opgenomen.

Vrijwilligers zijn voor het behoud en de beleving van het erfgoed onmisbaar. Zonder mensen die zich belangeloos inzetten, zou veel bijzonder erfgoed verloren gaan. Door hun inzet, passie en kennis dragen ze zorg voor de instandhouding en toegankelijkheid van erfgoed. Ook vormen ze door hun enthousiasme een belangrijke schakel naar een groter en meer divers publiek. In Nederland zijn diverse platforms waarbij u zich als vrijwilliger aan kunt sluiten.

Regionaal: 

Landelijk:

Ook uw organisatie in ons overzicht?

Mail ons: atlasleefomgeving@rivm.nl