Bescherming van het culturele erfgoed is nodig om het bijzondere cultuurhistorische karakter ervan te behouden. Daardoor kunnen we het doorgeven aan volgende generaties.

Monumenten met beschermde status

In Nederland worden rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten beschermd om hun cultuurhistorische waarde. Het cultuurhistorische karakter van deze monumenten moet intact blijven. Daarom mogen eigenaren van monumenten niet zo maar iets veranderen. Ook ruim 450 stads- en dorpsgezichten in Nederland zijn beschermd. Door deze beschermde status blijft het historische karakter en de historische structuur van deze gebieden behouden. Bovendien wordt de waarde en het belang van deze cultuurhistorische gebieden en beeldbepalende gebouwen erkend.

Parken en tuinen met beschermde status

Nederland telt ongeveer 1300 parken en tuinen met een beschermde status. Ze worden beschermd vanwege de historische aanleg met bijzondere beplanting of andere elementen zoals beelden, tuinhuizen of vijvers. Deze tuinen en parken worden ook wel groen erfgoed of groene monumenten genoemd.

Archeologische rijksmonumenten met beschermde status

Ook de archeologische rijksmonumenten hebben als belangrijke bronnen voor geschiedschrijving een rijksbeschermde status. In de loop ter tijd is er meer aandacht gekomen voor de bescherming van onzichtbare monumenten. Deze historische resten van archeologische vindplaatsen blijven het best beschermd in de grond. Daar zijn ze immers al eeuwen goed bewaard gebleven en een vindplaats kun je maar één keer opgraven. Bovendien hebben volgende generaties misschien wel andere vragen over ons verleden.

Werelderfgoederen ook beschermde status

Verder hebben de tien Werelderfgoederen in Nederland een beschermde status om te zorgen dat we ze veilig aan volgende generaties door kunnen geven.

De bescherming van ons erfgoed is relevant, want zonder deze bescherming kunnen wij het niet doorgeven aan komende generaties. Maar als we ons erfgoed willen beschermen, moeten we ook de risico’s kennen die het erfgoed bedreigen.  

Brand meest voorkomende erfgoedincident

Brand in of nabij een rijksmonument is het meest geregistreerde incidenttype in de Database Incidenten Cultureel Erfgoed. Gemiddeld gaat het om 30 tot 40 branden per jaar. Erfgoedbeheerders zijn zelf verantwoordelijk voor de brandveiligheid; de brandveiligheidsregelgeving stelt geen extra eisen aan monumentale bouwwerken. Op het symposium Monumenten tegen brand beschermd van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werd benadrukt dat voor een optimaal veiligheidsniveau erfgoedbeheerders samen met brandveiligheidsexperts moeten bedenken hoe zij de historische en culturele waarde van hun eigendom het best kunnen beveiligen. Een verwoestende brand in een erfgoedobject heeft immers een grote maatschappelijke impact. ‘Gewone’ panden kunnen herbouwd worden, maar voor historische bouwwerken of collecties geldt: weg is weg.

Toerisme: vloek of zegen?

Het steeds toenemende toerisme biedt kansen voor erfgoed, maar vormt tegelijkertijd ook een bedreiging. Steeds meer mensen bezoeken cultureel erfgoed. Dat is mooi, omdat meer mensen het erfgoed beleven en omdat toerisme zorgt voor lokale inkomsten. Maar toerisme is helaas niet zonder problemen, want niet al het erfgoed is bestand tegen grote groepen bezoekers. Het kan hierdoor beschadigd raken. Ook kan een teveel aan bezoekers het evenwicht tussen exploitatie en een prettig woon- en werkmilieu onder druk zetten. Denk aan de Amsterdamse grachtengordel, één van de drie drukst bezochte Werelderfgoedlocaties in Nederland. Voor beleidsmakers betekent dit dat zij moeten inzetten op duurzaam toerisme en spreiding van het toerisme buiten het centrum en de stad, naar andere (wereld)erfgoederen.

Gevolgen aardbevingen voor erfgoed

Een andere bedreiging voor erfgoed vormen de aardbevingen ten gevolge van de gaswinning in Groningen. De Database Incidenten Cultureel Erfgoed laat zien dat bij 33% van de rijksmonumentale adressen in de provincie Groningen in de periode 2012-2017minstens eenmaal schade is gemeld bij het Centrum Veilig Wonen. Het gaat hierbij om directe schade aan gebouwen, maar ook indirecte schade door preventieve versterking. Bij grote ingrepen kunnen ook archeologische waarden (sporen uit het verleden die we graag willen behouden) in het geding komen of moeten waardevolle gebouwen zelfs worden gesloopt. Dit heeft ook gevolgen voor de (culturele) identiteit van een dorp of een buurt.


De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zet zich met het programma Aardbevingen en erfgoed in voor herstel en versterking van monumentale gebouwen met respect voor de cultuurhistorische waarde, zonder dat de veiligheid van bewoners en gebruikers in het geding komt. Welke rijksmonumenten in risicovolle gebieden liggen, ziet u op de Rijksmonumenten-kaart met de Aardbevingen-kaart combineert.  Daarnaast wil de Rijksdienst bijdragen aan het bevorderen van de omgevingskwaliteit en het behoud van identiteit van het getroffen gebied. Zie ook het afwegingskader dat de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft laten ontwikkelen en dat kan helpen om tot een goede balans tussen veiligheid, behoud van de monumentale waarden en leefbaarheid voor de bewoners te komen.

Incidenten archeologische rijksmonumenten

Bij de meeste incidenten met of bij archeologische rijksmonumenten gaat het om een verstoring van de vindplaats door menselijk handelen. De meest voorkomende oorzaken zijn graafwerk en illegale opgraving. Vaak blijkt dat de verantwoordelijke persoon bij graafwerkzaamheden zich er niet van bewust was dat het om een archeologisch terrein gaat.

Aanwijzing beschermd erfgoed

Wie bepaalt of erfgoed waardevol genoeg is om te worden beschermd? De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed bepaalt namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen of een gebouw op de Rijksmonumentenlijst komt. Momenteel wijst de Rijksdienst nog maar heel af en toe nieuwe monumenten aan. Op dit moment zijn dit vooral gebouwen uit de wederopbouwperiode. De Rijksdienst legt nu de focus op het verbeteren van het rijksmonumentenbestand en niet op het vergroten van de omvang ervan.

Provinciale monumenten worden aangewezen door provincies via de provinciale erfgoedverordening. Gemeenten kunnen een monument aanwijzen en op de gemeentelijke monumentenlijst zetten. Stads- en dorpsgezichten worden aangewezen door de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Infrastructuur en Milieu, in samenwerking met de gemeenten en provincies.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) bekijkt op basis van onderzoek welke archeologische vindplaatsen moeten worden beschermd. Dat gebeurt altijd in overleg met de gemeente en belanghebbenden.

Bescherming cultureel erfgoed

De overheid schrijft ook regels voor en neemt maatregelen om waardevol cultureel erfgoed te beschermen:

  • Bescherming rijksmonumenten. Voor werkzaamheden aan een rijksmonument is vaak een vergunning nodig om te zorgen dat het karakter van het pand behouden blijft. Ook mogen gemeenten ingrijpen tegen eigenaren, wanneer die een (rijks)monument ernstig laten vervallen. De huidige regels voor rijksmonumenten staan in de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) en de Erfgoedwet.
  • Bescherming gemeentelijke en provinciale monumenten. De rechten en plichten om gemeentelijke en provinciale monumenten te beschermen, zijn vastgelegd in een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening of in bestemmingsplannen.
  • Bescherming stads- en dorpsgezichten. Bij ontwikkelingen binnen een stads- of een dorpsgezicht moet rekening worden gehouden met de cultuurhistorische waarde. Elk beschermd gebied heeft een bestemmingsplan, dat gedetailleerder en strenger is dan een normaal bestemmingsplan. Bovendien is voor een aantal bouwactiviteiten een vergunning nodig.
  • Bescherming groen erfgoed. Voor wijzigingen aan een groen monument is vaak een omgevingsvergunning nodig op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De gemeente beoordeelt welke werkzaamheden hier precies onder vallen. Bij wijzigingen aan groen erfgoed vraagt de eigenaar daarom een omgevingsvergunning aan bij de gemeente. Voor gewone onderhoudswerkzaamheden aan groen erfgoed is meestal geen vergunning nodig.
  • Bescherming archeologische Rijksmonumenten. Voor werkzaamheden die een beschermd archeologisch monument wijzigen of verstoren, is een vergunning nodig die de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed namens de minister van OCWMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen kan verstrekken. De Rijksdienst heeft voor elk afzonderlijk rijksmonument een richtlijn opgesteld die aangeeft welke bodemingrepen zonder monumentenvergunning uitgevoerd kunnen worden. Om op archeologische vindplaatsen te bouwen, is bijna altijd een omgevingsvergunning nodig. Dit is geregeld in het bestemmingsplan van de gemeente. Gemeenten hebben ook een belangrijke rol in de bescherming van archeologische terreinen. Zij moeten in bestemmingsplannen en vergunningen rekening houden met mogelijke archeologische vindplaatsen. Komt er bijvoorbeeld een plan om woningen te bouwen op een archeologisch terrein? Dan moet de initiatiefnemer van het plan archeologisch vooronderzoek doen. Op basis van dat onderzoek neemt de gemeente vervolgens een beslissing. De initiatiefnemer moet bijvoorbeeld de historische resten bewaren of opgraven.
  • Bescherming Werelderfgoederen in Nederland. Nederland moet elke zes jaar aan het Werelderfgoedcomité doorgeven wat ze heeft gedaan om het Werelderfgoedverdrag goed uit te voeren, in welke staat van onderhoud het Werelderfgoed verkeert, wat Nederland gedaan heeft om de bijzondere universele waarde te behouden en welke verbouwingsplannen, restauraties of ruimtelijke ingrepen aan of rond het werelderfgoed Nederland van plan is. Het Werelderfgoedcomité keurt de voorgestelde plannen. Zet een land een afgekeurd plan toch door, dan kan het Comité het monument van de Werelderfgoedlijst afhalen. De rijksregels voor activiteiten voor werelderfgoed staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Ook gemeentes moeten in het omgevingsplan rekening houden met werelderfgoed. Bijvoorbeeld bij de regels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Provincies hebben bij een aantal specifieke werelderfgoederen een rol. Lees meer hierover op Decentrale regels voor werelderfgoed op Aandeslagmetdeomgevingswet.nl).

Zie ook:

Bent u zelf eigenaar van een monument, dan kunt u op verschillende sites lezen hoe u uw pand het best kunt beschermen:

  • Veilig ErfgoedVeilig Erfgoed maakt u bewust van risico’s, van incidenten en van crises. Hoe kun je als erfgoedbeheerder de kans op een incident verkleinen, welke maatregelen kun je treffen om verdere schade tegen te gaan? De website biedt informatie over risicobeheer en preventieve maatregelen.
  • Monumenten.nlMonumenten.nl geeft eigenaren van monumentale panden informatie over de financiële mogelijkheden, onderhoud en wet- en regelgeving. Door de kennis onder eigenaren te vergroten, blijven waardevolle panden behouden.
  • Beschermen tegen brand. Download het handboek De essentiële bouwkundige controlepunten van Brandveilig Bouwen Nederland. En doe uw voordeel met de lessen van het symposium Monumenten tegen brand beschermd, waarin benadrukt wordt dat alleen aan de wet voldoen niet voldoende is en erfgoedbeheerders vanuit hun eigen brandveiligheidsvisie maatregelen moeten treffen.